ECLI:NL:OGHNAA:2008:BG2237

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba

Datum uitspraak
9 juni 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
226 HLAR 01/08
Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid beroep wegens uitblijven beschikking medische kostenvergoeding

Appellant heeft bij het Uitvoeringsorgaan Algemene Ziektekostenverzekering een verzoek ingediend tot vergoeding van medische behandelingskosten. Na het uitblijven van een beschikking op dit verzoek maakte appellant bezwaar. Ook op dit bezwaar bleef een beschikking uit, waarna appellant beroep instelde bij het Gerecht in eerste aanleg van Aruba. Dit Gerecht verklaarde het beroep niet-ontvankelijk.

Appellant stelde hoger beroep in bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba. Het Hof oordeelt dat de brief van appellant als een bezwaarschrift moet worden aangemerkt tegen het uitblijven van een beschikking op het verzoek tot vergoeding. Het Gerecht heeft het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard.

Het Hof vernietigt de uitspraak van het Gerecht en verklaart het beroep gegrond. Het Hof draagt het Uitvoeringsorgaan op binnen zes weken alsnog op het bezwaar te beschikken. Tevens veroordeelt het Hof het Uitvoeringsorgaan tot vergoeding van de proceskosten en gelast het land Aruba het betaalde griffierecht aan appellant terug te geven.

Uitkomst: Het Hof verklaart het hoger beroep gegrond en draagt het Uitvoeringsorgaan op binnen zes weken alsnog op het bezwaar te beschikken.

Uitspraak

226 HLAR 01/08
Datum uitspraak: 9 juni 2008
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend in [woonplaats],
appellant,
tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba van 5 december 2007 in het geding tussen:
appellant
en
het Uitvoeringsorgaan Algemene Ziektekostenverzekering.
1. Procesverloop
Bij brief van 20 februari 2007 heeft [appellant] (hierna: [appellant]) het Uitvoeringsorgaan Algemene Ziektekostenverzekering (hierna: het Uitvoeringsorgaan) verzocht om vergoeding van de kosten van een medische behandeling.
Tegen het uitblijven van een beschikking op dat verzoek heeft [appellant] bij brief van 22 mei 2007 bij het Uitvoeringsorgaan bezwaar gemaakt.
Tegen het uitblijven van een beschikking op het aldus gemaakte bezwaar heeft [appellant] bij brief, bij het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (hierna: het Gerecht) ingekomen op 24 september 2007, beroep ingesteld.
Bij uitspraak van 5 december 2007, voor zover thans van belang, heeft het Gerecht het aldus ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief van 15 januari 2008, bij het Gerecht ingekomen op dezelfde dag, hoger beroep ingesteld bij het Hof.
Bij brief van 22 februari 2008 heeft het Uitvoeringsorgaan van antwoord gediend.
Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 17 april 2008, waar [appellant], in persoon, bijgestaan door mr. C.B.A. Coffie, advocaat, en het Uitvoeringsorgaan, vertegenwoordigd door mr. S.E. van Spall, werkzaam bij het Uitvoeringsorgaan Algemene Ziektekostenverzekering, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. [Appellant] klaagt dat het Gerecht, door zijn brief van 22 mei 2007 aan te merken als beroepschrift tegen het uitblijven van een beschikking op het tegen een mondelinge beslissing van het Uitvoeringsorgaan gemaakt bezwaar, heeft miskend dat het bezwaarschrift van 22 mei 2007 was gericht tegen het uitblijven van een beschikking op het verzoek van 20 februari 2007. Het Gerecht heeft het beroep derhalve ten onrechte niet ontvankelijk verklaard, aldus [appellant].
2.2. Gelet op de bewoordingen van de brief van [appellant] van 22 mei 2007 moet deze als een bezwaarschrift tegen het uitblijven van een beschikking op het verzoek tot vergoeding van de kosten van een medische behandeling worden aangemerkt. Nu daartoe anderszins evenmin aanleiding bestond, heeft het Gerecht het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard.
2.3. Het hoger beroep is gegrond. De uitspraak van het Gerecht dient te worden vernietigd. Het Hof zal terugverwijzing van de zaak naar het Gerecht achterwege laten, omdat het bij het Gerecht ingestelde beroep kennelijk gegrond is.
Doende hetgeen het Gerecht had behoren te doen, zal het Hof het beroep gegrond verklaren en het met ongegrondverklaring ervan gelijk te stellen uitblijven van de beschikking op het gemaakte bezwaar vernietigen.
Het Uitvoeringsorgaan dient alsnog op het gemaakte bezwaar te beschikken. Daartoe zal het Hof een termijn stellen.
2.4. Het Uitvoeringsorgaan dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden verwezen.
3. Beslissing
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Recht doende in naam der Koningin:
I. verklaart het hoger beroep gegrond;
II. vernietigt de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba van 5 december 2007 in zaak no. Lar 3094/2007;
III. verklaart het bij het Gerecht in die zaak ingestelde beroep gegrond;
IV. vernietigt het met ongegrondverklaring ervan gelijk te stellen uitblijven van een beschikking op het bezwaarschrift van 22 mei 2007;
V. draagt het Uitvoeringsorgaan Algemene Ziektekostenverzekering op om binnen zes weken na verzending van deze uitspraak alsnog op het door [appellant] gemaakte bezwaar te beschikken;
VI. veroordeelt het Uitvoeringsorgaan Algemene Ziektekostenverzekering tot vergoeding van de bij [appellant] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van Afl. 1.400,00 (zegge: één duizend vierhonderd gulden), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het dient door het Uitvoeringsorgaan Algemene Ziektekostenverzekering aan [appellant] te worden betaald;
VII. gelast dat het land Aruba aan [appellant] het door hem voor de behandeling van het beroep en het hoger beroep betaalde griffierecht ten bedrage van Afl. 100,00 (zegge: honderd gulden) teruggeeft.
Aldus vastgesteld door mr. H.L. Wattel, voorzitter, en mr. R.W.L. Loeb en mr. A.W.M. Bijloos, leden, in tegenwoordigheid van mr. N.M. Martinez, griffier.
voorzitter
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 9 juni 2008
Verzonden: