ECLI:NL:OGHNAA:2008:BG3524
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
- Hoger beroep
- J. de Boer
- E.P. van Unen
- L.J. de Kerpel-van de Poel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over courtageplicht makelaar bij woningkoop en bewijsopdracht beëindiging overeenkomst
In deze zaak is hoger beroep ingesteld tegen een vonnis waarin de koper van een woning werd veroordeeld tot betaling van courtage aan de makelaar. De koper stelt dat de overeenkomst met de makelaar is beëindigd of dat deze geen betrekking had op de betreffende woning. Het Hof verwijst naar het vonnis in eerste aanleg en behandelt de grieven van de koper.
Het Hof oordeelt dat de koper de juistheid van haar stellingen moet bewijzen. Indien zij niet slaagt in dit bewijs, betekent dat niet automatisch dat zij de courtage van 4% van de aankoopsom moet betalen, omdat de overeenkomst niet bepaalt dat de sanctie bij het sluiten van een koopovereenkomst gelijk is aan de courtage. Het Hof geeft een voorlopig oordeel over de verschuldigdheid van courtage, waarbij rekening wordt gehouden met de mogelijkheid van beëindiging met wederzijds goedvinden, eenzijdige opzegging en de omvang van de verrichte werkzaamheden.
Het Hof draagt partijen op om tijdens een comparitie hun standpunten over de bewijsopdracht en de courtage naar voren te brengen en onderzoekt de mogelijkheid van een minnelijke regeling. De beslissing omtrent de proceskosten in het incident wordt gereserveerd tot het eindvonnis. De verdere beslissing blijft aangehouden tot nadere bewijslevering en comparitie.
Uitkomst: Hof draagt koper op bewijs te leveren van beëindiging of geen betrekking van de overeenkomst en gelast comparitie voor nadere behandeling.