ECLI:NL:OGHNAA:2008:BG3604

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba

Datum uitspraak
4 juni 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
166 HLAR 40/06
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 51 tweede lid Landsverordening administratieve rechtspraakArt. 76 Landsverordening administratieve rechtspraak
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens termijnoverschrijding in verblijfsvergunningzaak

Appellante heeft bij de Gezaghebber van Sint Maarten verzocht om een vergunning tot tijdelijk verblijf. Het Gerecht in eerste aanleg verklaarde haar beroep tegen het uitblijven van een beslissing niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding.

Appellante stelde hoger beroep in, waarbij het Hof vaststelde dat zij domicilie had gekozen bij haar advocaat, maar dat het Gerecht geen afschrift van de uitspraak naar dat adres had verzonden. Hierdoor werd het hoger beroep ontvankelijk verklaard.

Desondanks oordeelde het Hof dat het Gerecht terecht het beroep niet-ontvankelijk had verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van het Gerecht bevestigd.

Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 4 juni 2007.

Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep bevestigd.

Uitspraak

166 HLAR 40/06
Datum uitspraak: 4 juni 2007
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellante], wonend op Sint Maarten,
appellante,
tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Sint Maarten, van 8 augustus 2005 in het geding tussen:
appellante
en
1. de Gezaghebber van het Eilandgebied Sint Maarten, namens de Minister van Justitie,
2. het Eilandgebied Sint Maarten.
1. Procesverloop
Bij onderscheiden brieven van 11 maart en 23 april 2004 heeft appellante de Gezaghebber van het Eilandgebied Sint Maarten (hierna: de Gezaghebber) verzocht om verlening van een vergunning tot tijdelijk verblijf.
Bij uitspraak van 8 augustus 2005 heeft het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingplaats Sint Maarten (hierna: het Gerecht), het door appellante tegen het uitblijven van een beslissing op dat verzoek ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft appellante bij brief, bij het Hof ingekomen op 9 november 2006, hoger beroep ingesteld.
Bij brief, bij het Hof binnengekomen op 8 januari 2007, heeft de Gezaghebber van antwoord gediend.
Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 23 maart 2007, waar de Gezaghebber, vertegenwoordigd door mr. K. de Vries, advocaat, is verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Ingevolge artikel 51, tweede lid, van de Landsverordening administratieve rechtspraak zendt de griffier van de uitspraak van het Gerecht onverwijld na de openbaarmaking daarvan kosteloos een door hem getekend afschrift aan partijen.
Ingevolge artikel 76, voor zover thans van belang, wordt het hoger beroep binnen zes weken na de datum waarop van de uitspraak van het Gerecht kennis is gegeven op de wijze, bedoeld in artikel 51, tweede lid, aanhangig gemaakt middels een aan het Hof gericht beroepschrift, dat wordt ingediend ter griffie van het Gerecht waarvan de uitspraak wordt aangevochten.
2.2. Appellante heeft volgens het door haar ingediende beroepschrift voor deze zaak domicilie gekozen ten kantore van haar advocaat aan het Emmaplein 4 te Philipsburg op Sint Maarten. Vast staat dat het Gerecht geen afschrift van de aangevallen uitspraak naar dit adres heeft verzonden. Ook is niet gebleken dat de advocaat anderszins een afschrift van de uitspraak heeft ontvangen. Eerst op 3 november 2006 heeft de Gezaghebber een afschrift van de uitspraak aan de advocaat verstrekt. Onder deze omstandigheden en nu geen andere gronden zijn gesteld of gebleken om anders te oordelen, is het door appellante ingestelde hoger beroep ontvankelijk.
2.3. Het Gerecht heeft het door appellante ingestelde beroep terecht en op goede gronden wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk verklaard. Hetgeen appellante in hoger beroep dienaangaande naar voren heeft gebracht, leidt niet tot een ander oordeel.
2.4. Het hoger is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Recht doende in naam der Koningin:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. W.P.M. ter Berg, Voorzitter, en mr. R.W.L. Loeb en mr. A.W.M. Bijloos, Leden, in tegenwoordigheid van mr. N.M. Martinez, griffier.
w.g. Ter Berg
Voorzitter
w.g. Martinez
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 4 juni 2007
Verzonden:
Voor eensluidend afschrift,
de griffier,
voor deze,