ECLI:NL:OGHNAA:2008:BH0248
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
- Hoger beroep
- H.L. Wattel
- R.W.L. Loeb
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid werkgever in bezwaar tegen weigering tijdelijke verblijfsvergunning vreemdeling
De werkgever had namens een vreemdeling een vergunning tot tijdelijk verblijf aangevraagd, die door de minister van Vreemdelingenzaken werd afgewezen. Vervolgens ging de werkgever uit eigen hoofde in bezwaar tegen deze beschikking, zonder namens de vreemdeling op te treden.
Het Gerecht in eerste aanleg had het bezwaar van de werkgever gegrond verklaard en de minister opgedragen het bezwaar opnieuw te behandelen. De minister stelde echter dat de werkgever geen belanghebbende was als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar), en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk.
Het Hof stelde vast dat alleen degene die rechtstreeks in zijn belang is getroffen door een beschikking bezwaar kan maken. Aangezien de werkgever niet namens de vreemdeling handelde en zelf geen rechtstreeks belang had, was hij geen belanghebbende. Het Hof vernietigde daarom het vonnis van het Gerecht voor zover het de minister verplichtte het bezwaar opnieuw te behandelen en verklaarde het bezwaar van de werkgever niet-ontvankelijk.
Daarnaast bepaalde het Hof dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde beschikking van de minister en gelastte de terugbetaling van het betaalde griffierecht aan de minister.
Uitkomst: Het Hof verklaart het bezwaar van de werkgever niet-ontvankelijk omdat hij geen belanghebbende is volgens artikel 9 Lar.