ECLI:NL:OGHNAA:2008:BH0740
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet wegens ontbreken werk- en verblijfsvergunning nietig
Werknemer is op 31 mei 2007 op staande voet ontslagen omdat geen werk- en verblijfsvergunning voor hem konden worden verkregen. Het Gerecht in eerste aanleg oordeelde dat werknemer te laat was met het inroepen van nietigheid van het ontslag. Het Hof stelt echter dat doordat werknemer binnen drie dagen contact opnam met de Directie Arbeidszaken, redelijkerwijs kon worden opgemaakt dat hij het ontslag betwistte en zich op nietigheid beriep.
Het Hof oordeelt dat het ontbreken van werk- en verblijfsvergunning geen dringende reden vormt voor ontslag op staande voet en dat het ontslag zonder toestemming van de Directeur Arbeidszaken nietig is. Op 3 augustus 2007 is alsnog toestemming verleend en op 8 augustus 2007 is het ontslag formeel gegeven met inachtneming van de opzegtermijn.
Daarom is werkgever loon verschuldigd tot en met 8 september 2007, alsmede een vergoeding voor dertig opgebouwde maar niet genoten vakantiedagen. Tevens is een cessantia-uitkering van drie weeklonen toegekend. De wettelijke rente en een wettelijke verhoging van 10% zijn eveneens toegewezen. De proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is nietig en werkgever moet loon, vakantievergoeding en cessantia-uitkering betalen.