ECLI:NL:OGHNAA:2008:BH1251
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
- Hoger beroep
- H.L. Wattel
- R.W.L. Loeb
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake niet-ontvankelijkheid beroep werkgever in verblijfsvergunningzaak
De werkgever had namens een vreemdeling een vergunning tot tijdelijk verblijf aangevraagd, welke door de minister van Vreemdelingenzaken werd geweigerd. De werkgever maakte uit eigen hoofde bezwaar tegen de beschikking, maar werd door het Gerecht in eerste aanleg niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding en gebrek aan belanghebbendheid.
Het Hof oordeelt dat het Gerecht ten onrechte het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens termijnoverschrijding, aangezien het beroep tijdig was ingediend. Wel stelt het Hof vast dat de werkgever geen belanghebbende is als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de LAR, omdat hij niet namens de vreemdeling, maar uit eigen hoofde bezwaar maakte.
Het Hof vernietigt de uitspraak van het Gerecht en de ministeriële beschikking, verklaart het beroep gegrond en behandelt de zaak zelf. Tevens veroordeelt het Hof de minister tot vergoeding van proceskosten en gelast terugbetaling van griffierecht aan de werkgever.
Uitkomst: Het beroep van de werkgever wordt gegrond verklaard en de eerdere niet-ontvankelijkverklaring vernietigd, maar het bezwaar van de werkgever wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belanghebbendheid.