ECLI:NL:OGHNAA:2008:BH1328

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba

Datum uitspraak
20 november 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
278 HLAR 50/08
Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen afwijzing vergunning tijdelijk verblijf vernietigd en terugverwezen

Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een vergunning tot tijdelijk verblijf die door de minister van Justitie op 29 oktober 2007 werd afgewezen. Het Gerecht in eerste aanleg verklaarde het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba.

Het Hof oordeelde dat niet was gebleken dat een eerdere aanvraag van appellant uit 2004 was afgewezen en dat het uitblijven van een besluit niet als afwijzing mag worden beschouwd volgens de Landsverordening administratieve rechtspraak. Hierdoor had het Gerecht de beschikking van 29 oktober 2007 ten onrechte aangemerkt als een afwijzing na een eerdere afwijzing van gelijke strekking.

Het Hof verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg en verwees de zaak terug voor nieuwe behandeling en beslissing. Tevens stelde het Hof de proceskosten in hoger beroep vast en bepaalde dat het Gerecht over de vergoeding daarvan beslist.

Uitkomst: Het Hof vernietigt de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg en wijst de zaak terug voor herbehandeling.

Uitspraak

278 HLAR 50/08
Datum uitspraak: 20 november 2008
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], verblijvend op Curaçao,
appellant,
tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao, van 12 juni 2008 in zaak nr. 2007/119 in het geding tussen:
appellant
en
de minister van Justitie.
1. Procesverloop
Bij beschikking van 29 oktober 2007 heeft de minister van Justitie (hierna: de minister) een aanvraag van [appellant] (hierna: [appellant) om verlening van een vergunning tot tijdelijk verblijf afgewezen.
Bij uitspraak van 12 juni 2008 heeft het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao, (hierna: het Gerecht) het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij het Hof ingekomen op 14 juli 2008, hoger beroep ingesteld.
Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 19 september 2008, waar [appellant] in persoon, bijgestaan door mr. G.A.S. Maduro, advocaat, en de minister, vertegenwoordigd door mr. I.E.A. Doorstam, werkzaam in dienst van het Land, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Ambtshalve overweegt het Hof als volgt.
2.2. Niet is gebleken dat de eerder op 20 december 2004 door [appellant] ingediende aanvraag om verlening van een vergunning tot tijdelijk verblijf is afgewezen. Nu voorts in de Landsverordening administratieve rechtspraak, noch elders, is bepaald dat het uitblijven van een besluit als afwijzing van de desbetreffende aanvraag heeft te gelden, heeft het Gerecht de beschikking van 29 oktober 2007 ten onrechte aangemerkt als een na een eerdere afwijzende beschikking gegeven beschikking van gelijke strekking.
2.3. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. De zaak wordt naar het Gerecht teruggewezen om door hem te worden behandeld en beslist met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen.
2.4. Het Hof zal de proceskosten in hoger beroep vaststellen. Het Gerecht dient omtrent de vergoeding van die kosten te beslissen.
3. Beslissing
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Recht doende in naam der Koningin:
I. verklaart het hoger beroep gegrond;
II. vernietigt de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao, van 12 juni 2008 in zaak nr. Lar 2007/119;
III. wijst de zaak naar het Gerecht terug;
IV. stelt de door [appellant] in verband met de behandeling van het hoger beroep gemaakte proceskosten vast op een bedrag van Naf. 1400,00 (zegge: duizend vierhonderd gulden), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand en bepaalt dat het Gerecht omtrent de vergoeding van deze kosten beslist;
V. verstaat dat de griffier aan [appellant] het door hem voor de behandeling van het hoger beroep betaalde griffierecht ten bedrage van Naf. 300,00 (zegge: driehonderd gulden) terugbetaalt.
Aldus vastgesteld door mr. H.L. Wattel, Voorzitter, en mr. R.W.L. Loeb en mr. P. van Dijk, Leden, in tegenwoordigheid van mr. N.M. Martinez, griffier.
w.g. Wattel
Voorzitter w.g. Martinez
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 20 november 2008
Verzonden:
Voor eensluidend afschrift,
de griffier,
voor deze,