ECLI:NL:OGHNAA:2008:BH1485
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
- Hoger beroep
- H.L. Wattel
- R.W.L. Loeb
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake niet-ontvankelijkheid bezwaar werkgever bij verblijfsvergunning vreemdeling
In deze zaak heeft de werkgeefster bezwaar gemaakt tegen de weigering van een vergunning tot tijdelijk verblijf voor een vreemdeling. Het Gerecht in eerste aanleg verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk, maar het Hof oordeelt dat de minister het bezwaar van de werkgeefster ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard. Volgens het Hof is bij een beschikking omtrent een verblijfsvergunning slechts het belang van de vreemdeling rechtstreeks betrokken, waardoor de werkgeefster geen belanghebbende is.
Het Hof vernietigt daarom de uitspraak van het Gerecht en de ministeriële beschikking van 22 oktober 2007. Het bezwaar van de werkgeefster wordt door het Hof zelf niet-ontvankelijk verklaard. Tevens veroordeelt het Hof de minister tot vergoeding van proceskosten aan de werkgeefster en gelast het dat het land Aruba het betaalde griffierecht terugbetaalt.
De zaak werd behandeld op 24 september 2008, waarbij de werkgeefster en de minister vertegenwoordigd waren door advocaten. Het Hof baseert zich op artikel 9, eerste lid, van de Landsverordening administratieve rechtspraak en benadrukt het belang van de vreemdeling als enige rechtstreeks belanghebbende bij de vergunning. De uitspraak werd op 20 november 2008 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het bezwaar van de werkgeefster tegen de verblijfsvergunning wordt niet-ontvankelijk verklaard en de eerdere uitspraak wordt vernietigd.