Uitspraak
1.Procesverloop
2.Overwegingen
Aangezien de vreemdeling tegen de beschikking van 27 oktober 2006 geen bezwaar heeft gemaakt en niet is gebleken dat haar dat redelijkerwijs niet kan worden verweten, heeft het Gerecht het door haar ingestelde beroep met juistheid, zij het niet op deze grond, niet-ontvankelijk verklaard.
Ingevolge artikel 27, tweede lid, van de Lar kon uiterlijk op 15 april 2007 tijdig beroep tegen het uitblijven van zodanige beschikking worden ingesteld. De werkgeefster heeft dat niet gedaan. Dat de bezwaaradviescommissie, naar gesteld, niet binnen de daarvoor gestelde termijn advies heeft uitgebracht, maakt dat, gelet op artikel 20, eerste lid, van de Lar, niet anders.