ECLI:NL:OGHNAA:2009:BI1699

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba

Datum uitspraak
9 april 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
H-35/09
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 324 sub 5 SrArt. 323 SrArt. 31 Sr
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling verdachte voor diefstal met braak in woning op Curaçao

Op 14 augustus 2008 werd verdachte aangehouden nadat in een woning op Curaçao een deur was vernield en diverse goederen, waaronder druiven, waren weggenomen. Verdachte werd betrapt met druiven en een bloedende wond aan zijn hand, waarvan hij uiteindelijk toegaf deze te hebben opgelopen bij de woning waar de diefstal plaatsvond.

Het Hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan diefstal met braak, waarbij hij zich toegang tot de woning had verschaft door een keukendeur te vernielen. De diefstal vond plaats in een woning, een plaats waar men zich veilig behoort te voelen, wat de ernst van het feit vergrootte.

Verdachte is recidivist en had meerdere eerdere veroordelingen voor soortgelijke feiten. Het Hof hield hiermee rekening bij de strafoplegging en bevestigde de in eerste aanleg opgelegde gevangenisstraf van 18 maanden, met aftrek van voorarrest.

Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en het Hof deed opnieuw recht, waarbij verdachte werd veroordeeld voor het bewezen verklaarde feit en vrijgesproken van overige tenlastegelegde feiten.

De uitspraak werd gedaan door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba op 9 april 2009.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf voor diefstal met braak.

Uitspraak

Nummer: H-35/09
Parketnummer: 500.00842/08
Uitspraak: 9 april 2009
Tegenspraak
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA
S T R A F V O N N I S
gewezen in het hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao, van 5 november 2008,
in de strafzaak tegen:
[verdachte],
geboren op [datum] 1968 op Curaçao,
wonende op Curaçao, thans alhier gedetineerd.
<u>Het onderzoek van de zaak</u>
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg van 5 november 2008, zoals daarvan blijkt uit het proces-verbaal van de terechtzitting, alsmede van dat in hoger beroep van 19 maart 2009 op Curaçao.
Het Hof heeft kennis genomen van de vordering van de waarnemend procureur-generaal, mr. A.C. van der Schans, en van hetgeen door de verdachte en diens raadsvrouw, mr. V.S. La Fleur, naar voren is gebracht. De procureur-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep wordt vernietigd, en verdachte ter zake feit 1 wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, met aftrek van voorarrest.
In eerste aanleg is verdachte ter zake feit 1 veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, met aftrek van voorarrest.
<u>Omvang hoger beroep </u>
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Dit beroep is niet gericht tegen de vrijspraak van feiten 2 en 3. In zoverre is derhalve het vonnis waarvan beroep niet aan beoordeling in hoger beroep onderworpen.
<u>De tenlastelegging</u>
Aan de verdachte is, voor zover in hoger aan hoger beroep aan de orde, tenlastegelegd:
dat hij op of omstreeks 14 augustus 2008, althans op een tijdstip in of omstreeks de maand augustus 2008, op het eiland Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in een woning, gelegen aan de [adres] en/of op een bij een woning behorend erf, alwaar hij, verdachte, zich buiten weten en/of buiten de wil van de rechthebbende bevond, heeft weggenomen een mobiele telefoon (van het merk “cosun” met het telefoonnummer [nummer]) en/of vlees en/of 4 flessen alcohol en/of een tros druiven, in elk geval enige goed(eren) geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s),
hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik gebracht door de/een (keuken)deur te vernielen, in elk geval door middel van verbreking en/of braak en/of inklimming;
<u>Het vonnis waarvan beroep</u>
Het Hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen nu het zich daar niet mee kan verenigen.
<u>De bewezenverklaring</u>
Het Hof acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder feit 1 is tenlastegelegd, met dien verstande:
dat hij op 14 augustus 2008, op het eiland Curaçao, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in een woning, gelegen aan de [adres] alwaar hij, verdachte, zich buiten weten en buiten de wil van de rechthebbende bevond, heeft weggenomen een mobiele telefoon (van het merk “cosun” met het telefoonnummer [nummer]) en vlees en 4 flessen alcohol en een tros druiven, geheel toebehorende aan [slachtoffer]
hebbende hij, verdachte, zich de toegang tot de plaats des misdrijfs verschaft en weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik gebracht door de keukendeur te vernielen;
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd is niet wettig en overtuigend bewezen, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.
<u>De bewijsmiddelen</u>
Het Hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.
De bewijsmiddelen zullen in geval van beroep in cassatie in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.
<u>De kwalificatie en strafbaarheid van de feiten</u>
Het bewezene levert op:
<b>Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats des misdrijf heeft verschaft door middel van braak</b>, strafbaar gesteld bij artikel 324 sub Pro 5 jo. 323 van het Wetboek van Strafrecht.
Het bewezene is strafbaar, nu geen feiten en omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid opheffen of uitsluiten.
<u>De strafbaarheid van de verdachte</u>
De verdachte is strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid opheffen of uitsluiten.
<u>De op te leggen straf</u>
Bij de bepaling van de straf heeft het Hof gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken.
Meer in het bijzonder overweegt het Hof het volgende:
Kort nadat in de woning aan de [adres] een deur was vernield, onder andere een tros druiven was weggenomen en bloedsporen waren aangetroffen, is verdachte door de politie gesignaleerd. Verdachte was in het bezit van enkele druiven en had een bloedende wond aan zijn hand. De gegeven verklaring die verdachte hiervoor aan de politie gaf is niet plausibel. Verdachte gaf zelf aan de politie te kennen de wond te hebben opgelopen bij het adres waar de goederen, waaronder de druiven, zijn weggenomen.
Door aldus te handelen heeft verdachte inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van de eigenaar. Bovendien is het feit gepleegd in een woning, een plek waar een mens zich bij uitstek veilig dient te voelen.
Het Hof houdt bij de strafoplegging rekening met een verdachte betreffend uittreksel uit het justitiële documentatieregister d.d. 15 augustus 2008, waaruit blijkt dat verdachte meerdere malen is veroordeeld ter zake van soortgelijke feiten.
Het Hof acht gelet op deze feiten en omstandigheden de in eerste aanleg opgelegde gevangenisstraf passend en geboden.
<u>De toepasselijke wettelijke voorschriften</u>
De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op artikel 31 van Pro het Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen.
RECHTDOENDE IN NAAM DER KONINGIN IN HOGER BEROEP
Het Hof:
Vernietigt het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao van 5 november 2008 en doet opnieuw recht.
Verklaart wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde feit, zoals hiervoor bewezen geacht, heeft begaan.
Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij.
Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar.
Kwalificeert het bewezene als voren omschreven.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (ACHTTIEN) maanden.
Bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak, in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering wordt gebracht.
Dit vonnis is gewezen door mrs. J.R. Sijmonsma, L.J. de Kerpel-van de Poel en E.P. van Unen, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba, en ter openbare terechtzitting van het Hof op Curaçao uitgesproken op 9 april 2009 in tegenwoordigheid van de griffier.