ECLI:NL:OGHNAA:2009:BI7055
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen verzetvonnis inzake zwembadverwijdering en verzettermijn
In deze zaak gaat het om een hoger beroep tegen een verzetvonnis in kort geding waarbij appellant werd bevolen zijn zwembad te verwijderen. Het Gerecht in eerste aanleg (GEA) had het verzet van appellant afgewezen omdat het verzet te laat was ingediend, waarbij het GEA oordeelde dat een e-mail van appellant een daad van bekendheid vormde waardoor de verzettermijn was gestart.
Het hof oordeelt echter dat de enkele e-mail geen daad van bekendheid is zoals bedoeld in art. 84 lid 1 Rv Pro. De mededeling was te summier en niet naar buiten gericht om ondubbelzinnig bekendheid met het vonnis aan te tonen. Ook andere door ACS aangevoerde feiten, zoals ontvangst van een brief met kopie van het vonnis en het aanhoren van het vonnis tijdens een vergadering, kwalificeren niet als een daad van bekendheid.
Daarmee was de verzettermijn niet gestart vóór de indiening van het verzetschrift. Het hof vernietigt het verzetvonnis en oordeelt dat het GEA in het verzet niet aan de inhoudelijke beoordeling van het bodemgeschil toe is gekomen. Daarom verwijst het hof de zaak terug naar het GEA voor verdere behandeling op grond van art. 282 Rv Pro.
Ten slotte veroordeelt het hof ACS in de proceskosten van appellant in zowel eerste aanleg als hoger beroep.
Uitkomst: Het hof vernietigt het verzetvonnis en verwijst de zaak terug naar het Gerecht in eerste aanleg voor verdere behandeling.