ECLI:NL:OGHNAA:2009:BJ5652
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
- Hoger beroep
- H.L. Wattel
- R.W.L. Loeb
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake niet-ontvankelijkheid werkgeefster bij weigering vergunning tijdelijk verblijf vreemdeling
De zaak betreft een verzoek om vergunning tot tijdelijk verblijf voor een vreemdeling, waarbij de minister van Vreemdelingenzaken het verzoek heeft geweigerd. De werkgeefster maakte uit eigen hoofde bezwaar tegen deze weigering, hoewel zij volgens de wet geen rechtstreeks belanghebbende was bij deze beschikking. Het Gerecht in eerste aanleg verklaarde het beroep van de werkgeefster niet-ontvankelijk, waarop zij hoger beroep instelde.
Het Hof overwoog dat bij de weigering van een vergunning tot tijdelijk verblijf slechts het belang van de vreemdeling zelf rechtstreeks betrokken is, niet dat van de werkgeefster. De werkgeefster had derhalve geen rechtspersoonlijk belang om bezwaar te maken. Het beroep op artikel 6 EVRM Pro door de werkgeefster faalde omdat de procedure niet strekte tot het vaststellen van haar burgerlijke rechten.
Het Hof verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van het Gerecht en de ministeriële beschikking van 12 november 2007. Tevens verklaarde het Hof het bezwaar van de werkgeefster tegen de beschikking van 23 april 2007 niet-ontvankelijk. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht werd aan de werkgeefster teruggegeven.
Uitkomst: Het Hof verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt eerdere uitspraak en beschikking, en verklaart het bezwaar van de werkgeefster niet-ontvankelijk.