ECLI:NL:OGHNAA:2009:BJ5688
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
- Hoger beroep
- H.L. Wattel
- R.W.L. Loeb
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing vergunning tijdelijk verblijf vreemdeling
De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba, dat haar beroep tegen de afwijzing van een vergunning tot tijdelijk verblijf niet-ontvankelijk had verklaard. Het Hof oordeelde dat het Gerecht ten onrechte het beroep niet-ontvankelijk had verklaard en vernietigde deze beslissing.
Inhoudelijk faalden de bezwaren van de vreemdeling. De minister had terecht op bezwaar beschikt zonder het advies van de bezwaaradviescommissie af te wachten, omdat dit advies niet binnen de gestelde termijn was ontvangen. Ook was het terecht dat de minister de vergunning niet verleende op grond van het feit dat de vreemdeling reeds drie jaar in Aruba verbleef.
Verder faalden de betogen dat de weigering in strijd was met de Rijkswet op het Nederlanderschap, het Statuut of het Europees Verdrag inzake nationaliteit, en dat het beleid van de minister om de verblijfsduur te beperken niet mocht worden gevoerd. Het beroep werd ongegrond verklaard. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en terugbetaling van griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van haar vergunning tot tijdelijk verblijf bevestigd.