ECLI:NL:OGHNAA:2009:BK3869
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek opheffing uitleveringsdetentie wegens rechtmatigheid en redelijke termijn
De verdachte, geboren in 1967 te Plymouth, Montserrat en gedetineerd in Sint Maarten, verzocht het Gemeenschappelijk Hof om opheffing of schorsing van zijn uitleveringsdetentie. Het Hof had eerder de uitlevering aan Frankrijk toelaatbaar verklaard, waartegen nog cassatie is ingesteld.
In de procedure werd vastgesteld dat de voorlopige aanhouding en detentie rechtmatig zijn, conform de artikelen 9 en 10 van het Nederlands-Antilliaans Uitleveringsbesluit en artikel 5 EVRM Pro. De redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro is in de cassatiefase nog niet overschreden, waardoor dit geen grond vormt voor opheffing of schorsing.
Daarnaast werd het argument van de verdachte dat hij reeds vier en een half jaar in detentie in Guadeloupe heeft doorgebracht, niet als een schending van zijn rechten beoordeeld. Het Hof benadrukte dat, nu de uitlevering reeds toelaatbaar is verklaard, er weinig ruimte is om persoonlijke omstandigheden inhoudelijk te beoordelen.
Daarom wees het Hof het verzoek af en concludeerde dat er geen persoonlijke omstandigheden zijn die schorsing van de uitleveringsdetentie rechtvaardigen.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing of schorsing van de uitleveringsdetentie wordt afgewezen omdat de detentie rechtmatig is en de redelijke termijn niet is overschreden.