ECLI:NL:OGHNAA:2009:BK6954
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering bank tot terugvordering dubbele storting wegens bindende rekeningafsluiting
In deze zaak vordert RBTT Bank Aruba het terugvorderen van een bedrag dat per vergissing twee keer is gestort op de rekening van het echtpaar. Het Hof oordeelt dat de afsluiting van de rekening bij de ABN-AMRO bank bindend is en dat het echtpaar pas na 18 maanden na deze afsluiting reageerde, wat niet als een redelijke termijn wordt beschouwd in de zin van art. 6:140 BW Pro.
RBTT beroept zich op haar algemene voorwaarden, waarin staat dat bij vergissingen partijen elkaar onverwijld moeten informeren. Het Hof stelt echter vast dat deze voorwaarden niet van toepassing zijn op de rekeningafsluiting bij ABN-AMRO en dat het beroep op art. 10 van Pro deze voorwaarden daarom niet slaagt.
Voorts is onvoldoende komen vast te staan dat het echtpaar zich bewust was van de dubbele storting. Het bedrag van Afl. 8.800,- was niet zodanig afwijkend dat het echtpaar de vergissing behoorde te kennen, mede gezien hun aannemingsbedrijf waarbij dergelijke bedragen regelmatig werden gecrediteerd.
Het Hof vernietigt het vonnis van de eerste aanleg en wijst de vordering van RBTT af. Tevens veroordeelt het Hof RBTT in de proceskosten van het echtpaar.
Uitkomst: De vordering van RBTT Bank tot terugvordering van de dubbele storting wordt afgewezen.