ECLI:NL:OGHNAA:2009:BK9416

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba

Datum uitspraak
8 december 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AR 3670/07 - H 151/09
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geschil over erfdienstbaarheid en plaatsopneming ter minnelijke regeling in Aruba

In deze Arubaanse civiele zaak betreft het geschil de erfdienstbaarheid over percelen te Bella Vista, Aruba. Appellant kwam in hoger beroep tegen een vonnis van de eerste aanleg waarin ook een mede-eiseres optrad. Hij wijzigde zijn eis en vorderde onder meer herstel van het terrein en verplaatsing van airco’s.

Het hof verwierp het verweer dat appellant niet alleen in hoger beroep kon optreden vanwege mede-eigendom en wees het bezwaar tegen de eiswijziging af. De eiswijziging werd als procesrechtelijk toelaatbaar beoordeeld omdat deze verband hield met het geding en geen onredelijke vertraging of belemmering veroorzaakte.

Het hof besloot een descente te houden op de percelen om de situatie ter plaatse te beoordelen en gaf partijen gelegenheid tot een minnelijke regeling. Tevens werd appellant verzocht ervoor te zorgen dat ook de erfgenamen van de mede-eiseres bij de descente aanwezig zouden zijn. De verdere beslissing werd aangehouden.

Uitkomst: Het hof verwierp bezwaren tegen bevoegdheid en eiswijziging, bepaalde een plaatsopneming en hield verdere beslissing aan.

Uitspraak

Registratienummers: AR 3670/07 - H 151/09
Uitspraak: 8 december 2009
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA
Vonnis in de zaak van:
[appellant],
wonend in Aruba,
oorspronkelijk eiser, thans appellant,
gemachtigde: mr. J.J. Coutinho,
- tegen -
[Geïntimeerden],
wonend in Aruba,
oorspronkelijk gedaagden, thans geïntimeerden,
gemachtigde: mr. L.D. Gomez.
Partijen worden hierna [appellant] en [geintimeerde] (in enkelvoud) genoemd
1. Het verloop van de procedure
1.1 Op 12 maart 2008 en 22 oktober 2008 heeft het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (hierna te noemen “GEA”) tussen partijen vonnis gewezen. In die procedure trad naast [appellant] ook [A. G.] (hierna: [A.G.]) als eiseres op. Voor hetgeen in eerste aanleg is gesteld en gevorderd, de procesgang aldaar en de overwegingen en beslissingen van het GEA wordt verwezen naar die vonnissen.
1.2 [appellant] is in hoger beroep gekomen van het vonnis van 22 oktober 2008 door op 2 december 2009 een akte van hoger beroep in te dienen. Bij afzonderlijke memorie van grieven heeft [appellant] drie grieven geformuleerd en toegelicht en zijn eis gewijzigd. Zijn conclusie strekt ertoe dat het bestreden vonnis wordt vernietigd en dat zijn vorderingen alsnog worden toegewezen, met veroordeling van [geintimeerde] in de kosten van beide instanties. Voor zover het Hof oordeelt dat de erfdienstbaarheden gehandhaafd dienen te blijven, vordert [appellant] dat [geintimeerde] wordt bevolen om de gedaante van het stuk terrein dat de erfdienstbaarheden omvat te herstellen in de oude staat als ten tijde van het passeren van de akte, alsmede dat [geintimeerde] wordt bevolen de airco’s geïnstalleerd op het terrein van [appellant] te verplaatsen met dien verstande dat die niet binnen twee meter van de officiële grens tussen de percelen mogen worden geherinstalleerd, met veroordeling van [geintimeerde] in de kosten van beide instanties.
1.3 [geintimeerde] heeft geen memorie van antwoord ingediend. Op de daarvoor bepaalde dag hebben partijen pleitaantekeningen overgelegd.
1.4 Vonnis is bepaald op heden.
2. De beoordeling
2.1 [geintimeerde] heeft in hoger beroep de exceptio plurium litis consortium opgeworpen, stellende dat nu [appellant] en (de erfgenamen van) [A.G.] gezamenlijk eigenaar zijn van het in geding zijnde perceel, [appellant] niet alleen in hoger beroep kan komen. Dit verweer wordt verworpen. Nog afgezien van de vraag of het verweer tijdig is gevoerd en ook afgezien van de vraag of tussen [appellant] en (de erfgenamen van) [A.G.] een ondeelbare rechtsverhouding bestaat, kan het feit dat alleen [appellant], als een van de oorspronkelijk eisers, hoger beroep heeft ingesteld niet tot niet-ontvankelijkheid van [appellant] leiden.
2.2 [geintimeerde] heeft voorts bezwaar gemaakt tegen de eiswijziging. Dit bezwaar wordt verworpen. De eiswijziging is gedaan bij memorie van grieven en houdt verband met het geding tussen partijen zoals dat in eerste aanleg is gevoerd. [geintimeerde] heeft de gelegenheid gehad om op de eiswijziging te reageren. [geintimeerde] wordt door de eiswijziging niet onredelijk in zijn procesvoering bemoeilijkt en het geding wordt er ook niet onredelijk door vertraagd. De eiswijziging is niet in strijd met de eisen van een goede procesorde. Dat de aanvulling van de eis een voorwaardelijk (subsidiair) karakter heeft, maakt dat niet anders. Er zal daarom op grond van de gewijzigde eis recht worden gedaan.
2.3 Het Hof acht het geraden om, alvorens verder te beslissen, de situatie ter plaatse in ogenschouw te nemen. Het Hof zal daartoe bepalen dat een plaatsopneming en bezichtiging (descente) zal plaatshebben. De gelegenheid van de descente zal tevens kunnen worden benut voor het beproeven van een minnelijke regeling. Met het oog op een eventueel te bereiken minnelijke regeling wordt [appellant] verzocht te bewerkstelligen dat, indien hij niet zelf enig erfgenaam is, (een vertegenwoordiger van) de erfgenamen van [A.G.] bij de descente aanwezig zal/zullen zijn. Hij kan daartoe de eventuele (andere) erfgenamen ook verzoeken hem te machtigen.
BESLISSING
Het Hof:
bepaalt een descente ter plaatse van de percelen Caya Bunita Bista nrs. 5 en 6 te Bella Vista in Tierra del Sol, Aruba, welke descente, in aanwezigheid van partijen en hun raadslieden, zal plaatsvinden op dinsdag 19 januari 2010 om 11:15 uur;
verzoekt [appellant] te bewerkstelligen dat ook (een vertegenwoordiger van) de erfgenamen van [A.G.] bij de descente aanwezig zal/zullen zijn;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mrs. J. de Boer, G.C.C. Lewin en F.J.P. Lock, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Aruba in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken op 8 december 2009.