Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:OGHNAA:2009:BN6059

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba

Datum uitspraak
18 december 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
HLAR 042/09
Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing verzoek gehandicaptenuitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid

Appellant verzocht om een gehandicaptenuitkering, welke door de minister van Sociale Zaken werd afgewezen op basis van een medisch rapport van 23 mei 2007 waarin werd vastgesteld dat appellant slechts gedeeltelijk en tijdelijk arbeidsongeschikt was. Het bezwaar van appellant tegen deze beschikking werd eveneens ongegrond verklaard door de minister en het Gerecht in eerste aanleg.

Appellant stelde dat hij in juli 2008 geheel en blijvend arbeidsongeschikt was verklaard en dat dit ook voor de datum van de beschikking van 15 april 2008 had moeten gelden. Het Hof oordeelde echter dat deze latere verklaring geen grond vormt voor een ander oordeel, omdat deze na de beschikking is afgegeven.

Het Hof stelde vast dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat het medische rapport gebreken vertoonde en dat hij geen tegenrapport van een medisch deskundige had overgelegd. De verklaring van de oogarts werd door de keuringsarts betrokken in zijn beoordeling. Daarom was het oordeel van de minister voldoende gemotiveerd en rechtmatig.

Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om gehandicaptenuitkering wordt bevestigd.

Uitspraak

HLAR 042/09
Datum uitspraak: 18 december 2009
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend in Aruba,
appellant,
tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba van 18 februari 2009 in zaak nr. 1696 van 2008 in het geding tussen:
appellant
en
de Minister van Sociale Zaken.
1. Procesverloop
Bij beschikking van 22 juni 2007, voor zover thans van belang, heeft de minister van Sociale Zaken (hierna: de minister) een verzoek van appellant (hierna: [appellant]) om een gehandicaptenuitkering afgewezen.
Bij beschikking van 15 april 2008 heeft de minister het daartegen door [appellant] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 18 februari 2009 heeft het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (hierna: het Gerecht) het daartegen door [appellant] ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij het Gerecht ingekomen op 26 maart 2009, hoger beroep ingesteld bij het Hof.
Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 3 november 2009, waar [appellant], bijgestaan door mr. L.D. Gomez, advocaat, en de minister, vertegenwoordigd door mr. J.L.M.C. Marsman en H. Tromp, beiden ambtenaar in dienst van het land, zijn verschenen.
2.1. Overwegingen
2.2. De minister pleegt, hoewel het Landsbesluit bijstandverlening daar niet in voorziet, indien door één of meer doktersverklaringen en een advies van de directeur van de Directie Arbeid is aangetoond dat een inwonend persoon van zestien jaar of ouder als gevolg van een lichamelijk of geestelijk gebrek geheel en blijvend arbeidsongeschikt zal zijn, aan deze een gehandicaptenuitkering toe te kennen.
2.3. [Appellant] betoogt dat het Gerecht heeft miskend dat de minister zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat hij niet als gevolg van een lichamelijk gebrek in overwegende mate en langdurig arbeidsongeschikt zal zijn. Daartoe voert hij aan dat hij in 2008 als gevolg van lichamelijke beperkingen geheel en blijvend arbeidsongeschikt is verklaard en daarom aangenomen moet worden dat hij dat ten tijde van de keuring op 23 mei 2007 reeds was.
2.3.1. Het aan de beschikking van 15 april 2008 ten grondslag liggende oordeel dat [appellant] niet geheel en blijvend arbeidsongeschikt is, heeft de minister gebaseerd op een rapport van een keuringsarts van 23 mei 2007 dat [appellant] als gevolg van zijn beperkingen gedeeltelijk en tijdelijk arbeidsongeschikt is. [appellant] heeft niet aannemelijk gemaakt dat dit rapport naar inhoud en wijze van totstandkoming zodanige gebreken vertoont, dat de minister dat niet aan zijn oordeel ten grondslag heeft mogen leggen. Voorts heeft hij ter toelichting van zijn stelling dat de keuringsarts heeft miskend dat hij als gevolg van zijn beperkingen geheel en blijvend arbeidsongeschikt is, geen rapport van die strekking van een medisch deskundige overgelegd. De door de oogarts van [appellant] op verzoek van de keuringsarts gegeven verklaring dat hij geen visusverbetering verwacht, heeft de keuringsarts in zijn beoordeling betrokken.
Het Gerecht heeft in het in beroep aangevoerde onder die omstandigheden terecht geen grond gezien voor het oordeel dat de minister zich ten onrechte of ontoereikend gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat [appellant] niet geheel en blijvend arbeidsongeschikt is. Dat [appellant], naar hij stelt, in juli 2008 wel geheel en blijvend arbeidsongeschikt is verklaard, geeft, reeds omdat zich dat na de beschikking van 15 april 2008 heeft voorgedaan, geen grond voor een ander oordeel.
Het betoog faalt.
2.4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Recht doende in naam der Koningin:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. H.L. Wattel, Voorzitter, en mr. R.W.L. Loeb en mr. A.W.M. Bijloos, Leden, in tegenwoordigheid van mr. N.M. Martinez, griffier.
w.g. Wattel
Voorzitter
w.g. Martinez
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 18 december 2009
Verzonden:
Voor eensluidend afschrift,
de griffier,
voor deze,