ECLI:NL:OGHNAA:2009:BN7791

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba

Datum uitspraak
8 december 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
EJ-171/09-H-179/09
Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging alimentatieverplichting ondanks betwisting lagere levenskosten in Colombia

In deze zaak gaat het om een hoger beroep tegen een beschikking van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba waarin de man werd verplicht om NAF. 450,- per maand te betalen als kinderalimentatie. De man betwistte de hoogte van de alimentatie en verzocht om verlaging tot NAF. 250,-, stellende dat de levenskosten in Colombia lager zijn.

De vrouw maakte bezwaar tegen de ontvankelijkheid van het beroep omdat het griffiegeld te laat was betaald. Het hof oordeelde dat de regeling omtrent verval van appel niet consequent werd gehandhaafd en dat het nieuwe beleid pas vanaf 1 augustus 2009 strikt zou worden toegepast. Aangezien het beroep tijdig was ingesteld en het griffiegeld alsnog was betaald, werd het beroep op niet-ontvankelijkheid verworpen.

De man leverde geen objectieve gegevens ter onderbouwing van zijn stelling over lagere kosten van levensonderhoud. Ook gaf hij geen inzicht in zijn draagkracht, ondanks de vermelding van vier andere kinderen ten laste. Het hof ging daarom voorbij aan zijn betoog en bevestigde de eerdere beschikking. De kosten van het hoger beroep werden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.

Uitkomst: Het hof bevestigt de alimentatieverplichting van NAF. 450,- per maand en wijst het beroep af.

Uitspraak

UITSPRAAK: 8 december 2009
ZAAKNR. EJ-171/09-H-179/09
HET GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE VAN DE
NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA
Beschikking in de zaak van:
[man] (de man),
wonend in Aruba,
voorheen verweerder, thans appellant,
gemachtigde: mr. H.G. Figaroa,
- tegen -
[vrouw] (de vrouw),
wonend in Colombia,
voorheen verzoekster, thans geïntimeerde,
gemachtigde: mr. D.G. Kock.
1 Het verloop van de procedure
1.1 Verwezen wordt naar de op 28 mei 2009 (EJ 171/2009) tussen partijen uitgesproken beschikking van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (hierna: GEA). Bij die beschikking is bepaald dat de man met NAF. 450,- per maand moet bijdragen in de kosten van verzorging en opvoeding van het minderjarige kind van partijen (hierna ook te noemen: kinderalimentatie), bij vooruitbetaling te voldoen aan de vrouw met ingang van 1 mei 2009.
1.2 De man is tijdig in hoger beroep gekomen van voormelde beschikking door indiening op 9 juli 2009 van een beroepschrift. Hij heeft daarbij de beschikking bestreden en – kort gezegd – verzocht het te betalen bedrag te verlagen tot NAF. 250,- per maand.
1.3 Op de voor behandeling bepaalde dag zijn de man, vergezeld van zijn gemachtigde, en de gemachtigde van de vrouw verschenen. De vrouw is niet verschenen. Bij die gelegenheid hebben partijen hun standpunten nader toegelicht en zijn vragen van het Hof beantwoord. Uitspraak is bepaald op heden.
2 Ontvankelijkheid
2.1 De vrouw heeft betoogd dat de man niet-ontvankelijk verklaard moet worden in zijn appel omdat het beroepschrift weliswaar tijdig, te weten op de laatste dag van de termijn (9 juli 2009), is ingediend, maar het griffiegeld pas op 13 juli 2009 is betaald.
2.2 De regeling van het verval van appel, waarop de vrouw kennelijk het oog heeft, is niet altijd consequent gehandhaafd. Bij schrijven van 8 juli 2009, mede gericht aan de advocatuur, is zijdens het Hof aangekondigd deze regeling bij beroepen ingesteld vanaf 1 augustus 2009, strikt te gaan handhaven. Nu in het onderhavige geval het appèl tijdig en vóór de inwerkingtreding van het nieuwe beleid is ingesteld, en het griffierecht – weliswaar te laat – is betaald, kan in deze zaak geen sprake zijn van verval van appèl en niet-ontvankelijkheid. Het beroep op niet-ontvankelijkheid wordt verworpen en de man zal worden ontvangen in zijn appel.
3 Beoordeling
3.1 De man heeft zijn stelling omtrent de lagere levenskosten in Colombia (die door de gemachtigde van de vrouw ter behandeling, in het algemeen en specifiek ten aanzien van de lasten van het kind, gemotiveerd is weersproken) niet geadstrueerd met objectieve gegevens (zoals bijvoorbeeld prijsindexcijfers). Aan deze niet onderbouwde stelling moet daarom worden voorbijgegaan. Verder heeft de man, net als in eerste aanleg, ook in hoger beroep geen inzicht gegeven in zijn draagkracht. De stelling dat de man nog vier andere kinderen te zijnen laste heeft, biedt dat inzicht onvoldoende. Ook die omstandigheid geeft dus geen aanleiding tot bijstelling van de bijdrage.
3.2 Het beroep kan dus niet slagen en het Hof zal de beschikking waarvan beroep bevestigen.
3.3 Gelet op de aard van het geschil en de hoedanigheid van partijen, zullen de kosten van het hoger beroep worden gecompenseerd.
BESLISSING:
Het Hof:
bevestigt de bestreden beschikking;
compenseert de kosten van het hoger beroep aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Aldus gegeven door mrs. F.J.P. Lock, G.E.M. Polkamp en E.M. van der Bunt, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba, en ter openbare terechtzitting van het Hof in Aruba op 8 december 2009 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.