ECLI:NL:OGHNAA:2010:BL2268
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
- Hoger beroep
- G.C.C. Lewin
- E.M. van der Bunt
- J.P. de Haan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis over beëindiging agentenaanstelling tussen verzekeringsmaatschappijen
In deze civiele procedure stond de beëindiging van een agentenaanstelling tussen twee verzekeringsmaatschappijen centraal. Progressive Auto Insurance N.V. ging in hoger beroep tegen een vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, waarin haar vorderingen werden afgewezen. Progressive stelde dat Ennia de agentenaanstelling onrechtmatig had beëindigd en vorderde schadevergoeding.
Het Hof oordeelde dat Ennia gerechtigd was de agentenaanstelling te beëindigen, onder meer vanwege een substantiële en langdurige achterstand in de afdracht van premies door de tussenpersoon First, gelieerd aan Progressive. De wettelijke grondslag hiervoor is artikel 17 lid 4 van Pro de Landsverordening Assurantiebemiddelingsbedrijf. Progressive kon onvoldoende feiten aanvoeren die dit oordeel zouden kunnen weerleggen.
Verder werd geoordeeld dat Ennia niet onrechtmatig had gehandeld door de ontheffing van de premie-incasso via een advertentie en mededelingen aan polishouders bekend te maken. De grieven van Progressive werden verworpen en het Hof bevestigde het vonnis van de eerste aanleg. Progressive werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het Hof bevestigt het vonnis dat de beëindiging van de agentenaanstelling door Ennia rechtmatig was en wijst de vorderingen van Progressive af.