ECLI:NL:OGHNAA:2010:BL8131
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in verzoek om schadevergoeding wegens ontbreken eigen ondertekening en vertegenwoordiging
Appellant heeft bij het Gerecht in eerste aanleg een verzoek ingediend tot vergoeding van schade wegens ten onrechte ondergane detentie. Dit verzoek werd afgewezen. In hoger beroep stelde appellant dat het verzoek alsnog gehonoreerd moest worden. Het Hof overwoog dat volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad vertegenwoordiging bij een verzoek ex artikel 178 Sv Pro niet is toegestaan en dat het verzoekschrift niet door appellant zelf was ondertekend.
Appellant was in geen van beide instanties persoonlijk verschenen en had het beroepschrift ook niet medeondertekend. Hierdoor ontbrak de vereiste eigen instemming met het verzoek. Het Hof concludeerde dat appellant niet-ontvankelijk verklaard had moeten worden in plaats van het verzoek af te wijzen.
Daarom vernietigde het Hof de bestreden beschikking en verklaarde appellant niet-ontvankelijk in zijn verzoek ex artikel 178 Sv Pro. De beschikking werd uitgesproken door drie rechters van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba op 18 maart 2010.
Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek om schadevergoeding ex artikel 178 Sv wegens ontbreken van eigen ondertekening en vertegenwoordiging.