ECLI:NL:OGHNAA:2010:BM1455

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba

Datum uitspraak
30 maart 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AR 168/05 - H 22/09
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 281b RvArt. 429q lid 6 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid van appellanten wegens te laat ingesteld hoger beroep tegen deeluitspraak

In deze zaak zijn appellanten J.S. en R.J. in hoger beroep gekomen tegen meerdere uitspraken van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen. Zij stelden dat het hof de eerdere uitspraken moest vernietigen en een boekenonderzoek moest gelasten. Het hof constateerde echter dat het hoger beroep te laat was ingesteld tegen het einduitspraakgedeelte van een deeluitspraak, aangezien de appeltermijn begint te lopen vanaf de datum van de deeluitspraak en niet kan worden uitgesteld tot een latere einduitspraak over het tussenuitspraakgedeelte.

Daarnaast oordeelde het hof dat de beslissing tot compensatie van proceskosten geen voldoende belang oplevert om in hoger beroep te treden. Hierdoor werden appellanten niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Er werd geen memorie van antwoord ontvangen en partijen verschenen niet op de rolzitting voor uitlating pleidooi.

Het hof veroordeelde appellanten tot betaling van de kosten van het hoger beroep, welke aan de zijde van de geïntimeerde Fukabo nihil werden begroot. De uitspraak werd gedaan door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba op 30 maart 2010.

Uitkomst: Appellanten worden niet-ontvankelijk verklaard wegens te laat ingesteld hoger beroep.

Uitspraak

Registratienummer: AR 168/05 - H 22/09
Uitspraak: 30 maart 2010
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA
Vonnis in de zaak van:
[J.S.] en [R.J.],
beiden wonende op Bonaire,
oorspronkelijk eisers/verzoekers,
thans appellanten,
gemachtigde: mr. M. Bijkerk,
- tegen -
de stichting
FUNDASHON KARNAVAL BONAIRE,
gevestigd op Bonaire,
oorspronkelijk gedaagde/verweerder,
thans geïntimeerde,
in hoger beroep niet verschenen.
Partijen worden hierna "[J.S.]", "[R.J.]" en "Fukabo" genoemd.
1. Het verloop van de procedure
1.1 Op 28 juni 2006, 22 november 2006, 21 februari 2007, 25 april 2007,
23 januari 2008, 28 mei 2008 en 27 augustus 2008 heeft het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Bonaire, tussen partijen uitspraken gedaan. Voor hetgeen in eerste aanleg is gesteld en verzocht, de procesgang aldaar en de overwegingen en beslissingen van het GEA verwijst het Hof naar die uitspraken.
1.2 [J.S.] en [R.J.] zijn in hoger beroep gekomen van die uitspraken door op
16 september 2008 een appelschriftuur in te dienen, aangeduid als "akte van appèl, tevens memorie van grieven c.q. beroepschrift", met een productie. Hierbij hebben zij tien grieven (waaronder een grief 5A) tegen de uitspraken aangevoerd en toegelicht. Hun conclusie strekt ertoe - kort gezegd - dat het Hof de uitspraken zal vernietigen, een boekenonderzoek zal gelasten en de besluiten waarbij [J.S.] en [R.J.] zijn ontslagen als bestuursleden van Fukabo, nietig zal verklaren dan wel zal vernietigen, althans de gevolgen ervan ongedaan zal maken, met veroordeling van Fukabo in de proceskosten in beide instanties.
1.3 Een memorie van antwoord is niet ontvangen.
1.4 Op de voor uitlating pleidooi bepaalde rolzitting is zijdens partijen niemand verschenen. Vonnis is bepaald op heden.
2. De ontvankelijkheid van [J.S.] en [R.J.] in het hoger beroep
2.1 Nu [J.S.] en [R.J.] hun appelschriftuur primair hebben ingericht volgens de regels van de procedure die met een vonnis eindigt, zal het Hof uitspraak doen bij vonnis en niet bij beschikking. Voor de inhoud van de beslissing maakt dat overigens geen verschil.
2.2 Gelet op de uitkomst van dit hoger beroep kan in het midden blijven of de appelschriftuur juist is betekend en of Fukabo op de juiste wijze is opgeroepen voor de rolzitting voor uitlating pleidooi.
2.3 Een uitspraak waarin door een of meer uitdrukkelijke dicta een einde is gemaakt aan een gedeelte van het gevorderde, is een deeluitspraak. De dicta waarmee een einde is gemaakt aan een gedeelte van het gevorderde, vormen het einduitspraakgedeelte. De andere dicta vormen het tussenuitspraakgedeelte. Zowel in de procedure die met een vonnis eindigt, als in de procedure die met een beschikking eindigt, geldt voor deeluitspraken dat de appeltermijn tegen het einduitspraakgedeelte aanvangt op de datum van de uitspraak (of in voorkomende gevallen: de datum waarop de uitspraak is medegedeeld of betekend aan de appellant of hem op andere wijze bekend is geworden). De appellant mag dus niet wachten totdat het ook wat betreft het tussenuitspraakgedeelte van de deeluitspraak tot een einduitspraak is gekomen. Daarom is het hoger beroep, voorzover het niet is gericht tegen de beslissing in de beschikking van 27 augustus 2008 om de proceskosten te compenseren, te laat ingesteld en zijn [J.S.] en [R.J.] in zoverre dus niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
2.4 De beslissing in de beschikking van 27 augustus 2008 om de proceskosten te compenseren levert geen voldoende belang op voor dit hoger beroep (zie art. 281b jo. 429q lid 6 Rv). Ook in zoverre zijn [J.S.] en [R.J.] dus niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
BESLISSING:
Het Hof:
verklaart [J.S.] en [R.J.] niet-ontvankelijk in het hoger beroep;
veroordeelt [J.S.] en [R.J.] in de kosten van het hoger beroep, aan de zijde van Fukabo gevallen en tot op heden begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mrs. G.C.C. Lewin, F.J.P. Lock en E.M. van der Bunt, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba en ter openbare terechtzitting van het Hof op Curaçao uitgesproken op 30 maart 2010 in tegenwoordigheid van de griffier.