ECLI:NL:OGHNAA:2010:BM9515
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling cessantia-uitkering na zelf ontslag nemen door werkneemster
In deze zaak vordert een werkneemster een cessantia-uitkering nadat zij zelf ontslag heeft genomen bij haar werkgever, de naamloze vennootschap Industrial Power (Inpo). De werkneemster stelt dat zij onder zware emotionele druk is gezet om ontslag te nemen en beroept zich op een eerder vonnis waarin een vergelijkbare situatie werd beoordeeld. De werkgever betwist de druk en de erkenning van het recht op cessantia.
Het Hof stelt vast dat de dienstbetrekking niet is geëindigd door schuld van de werkneemster, maar onderzoekt of de beëindiging niet aan haar toe te rekenen is. Het Hof oordeelt dat onvoldoende is aangetoond dat de werkneemster onder ongeoorloofde druk heeft moeten vertrekken. Ook is de situatie niet vergelijkbaar met het eerdere vonnis, mede vanwege het verschil in leeftijd en functie.
Het rapport van de Directie Arbeidszaken waarin een erkenning van het recht op cessantia zou zijn opgenomen, blijkt niet ondubbelzinnig. Het Hof bevestigt daarom de eerdere beschikking waarin de vordering is afgewezen en veroordeelt de werkneemster in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot cessantia-uitkering wordt afgewezen en de beschikking van het Gerecht in eerste aanleg bevestigd.