ECLI:NL:OGHNAA:2010:BM9534

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba

Datum uitspraak
10 juni 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
H-63/2010
Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 SrArt. 59 SrArt. 96 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep in drugshandelzaak met veroordeling tot 30 maanden gevangenisstraf

In deze zaak stond de verdachte terecht voor drugshandel. Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg op Bonaire. De verdachte was reeds meerdere malen veroordeeld voor soortgelijke delicten.

Tijdens de terechtzitting in hoger beroep op 21 mei 2010 werd het bewijs en de procesgang besproken. Zowel de procureur-generaal als de verdediging brachten hun standpunten naar voren. Het hof heeft het vonnis van de eerste aanleg bevestigd, met uitzondering van enkele punten omtrent bewijsvoering en strafoplegging.

Het hof achtte de eerder opgelegde deels voorwaardelijke straf onvoldoende passend gezien de ernst van het delict en de recidive van de verdachte. Daarom werd een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 30 maanden opgelegd, met aftrek van de tijd die de verdachte reeds in voorlopige hechtenis had doorgebracht. De uitspraak werd op 10 juni 2010 uitgesproken door drie rechters van het hof.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf zonder voorwaardelijke straf vanwege recidive.

Uitspraak

Datum uitspraak: 10 juni 2010
Zaaknummer: H-63/2010
Parketnummer: 400.00270/09
Tegenspraak
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA
VONNIS
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Bonaire, van 9 maart 2010 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren op [datum] 1973 op Curaçao (Nederlandse Antillen),
thans gedetineerd in het huis van bewaring op Bonaire,
wonende op Curaçao.
<u>Procesgang en onderzoek van de zaak </u>
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg van 9 maart 2010, zoals daarvan blijkt uit het proces-verbaal van die terechtzitting, alsmede van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 21 mei 2010 op Bonaire.
De verdachte is verschenen. Het Hof heeft kennis genomen van de vordering van de (waarnemend) procureur-generaal, mr. A.C. van der Schans, en van hetgeen door de verdachte en diens raadsvrouw mr. A.F. van Toll naar voren is gebracht. De procureur-generaal heeft gevorderd dat het Hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, aan de verdachte ter zake van de feiten 1 en 2 een gevangenisstraf zal opleggen voor de duur van drie jaar met aftrek van voorarrest.
In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van dertig maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met aftrek van voorarrest.
Zowel de verdachte als de officier van justitie hebben hoger beroep ingesteld.
<u>Tenlastelegging</u>
Aan de verdachte is ten laste gelegd:…
<u>Vonnis waarvan beroep</u>
Het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd, omdat het Hof zich daarmee verenigt, behoudens ten aanzien van de bewijsvoeringen, de strafoplegging en de toepasselijke wettelijke voorschriften.
<u>Bewijsmiddelen</u>
Het Hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.
De bewijsmiddelen zullen in geval van cassatie in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.
<u>Oplegging van straf</u>
Bij de bepaling van de straf heeft het Hof rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken.
Het Hof verwijst naar de strafmotivering van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Bonaire, in zijn vonnis van 9 maart 2010, neemt die over en vult deze als volgt aan.
Het Hof is van oordeel dat aan de aard en de ernst van het bewezenverklaarde misdrijf en de generaal preventieve werking van strafoplegging onvoldoende recht is gedaan door de strafoplegging in eerste aanleg. De verdachte is reeds meerdere malen veroordeeld voor drugsdelicten. Dit heeft hem er kennelijk niet van weerhouden zich daaraan wederom schuldig te maken. Voor een deels voorwaardelijke straf bestaat derhalve thans geen aanleiding meer. Op grond van het voorgaande acht het Hof na te melden straf passend en geboden.
<u>Toepasselijke wettelijke voorschriften</u>
De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 31, 59 en 96 van het Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen.
BESLISSING
Het Hof:
bevestigt het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Bonaire, van 9 maart 2010, behoudens voor zover hiervoor anders is geoordeeld en doet in zoverre opnieuw recht;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (DERTIG) maanden;
bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht.
Dit vonnis is gewezen door mrs. J.R. Sijmonsma, F.J.P. Lock en E.M. van der Bunt, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba, en in tegenwoordigheid van de griffier ter openbare terechtzitting van het Hof op Curaçao uitgesproken op 10 juni 2010.