ECLI:NL:OGHNAA:2010:BN4736

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba

Datum uitspraak
19 juli 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
HAR 3/10
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:150 BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering verlof tot conservatoir derdenbeslag op gelden Cas Abao Landhuis-Vastgoed

Appellant verzocht om verlof tot het leggen van conservatoir derdenbeslag op gelden die toebehoren aan Cas Abao Landhuis-Vastgoed, met het oog op een executoriale verkoop van zijn woning ten behoeve van een vordering van een derde partij op Cas Abao Landhuis-Vastgoed.

De rechtbank (GEA) had dit verzoek reeds afgewezen, waarna appellant hoger beroep instelde. Tijdens de mondelinge behandeling en het verdere proces werden diverse producties overgelegd en pleitnotities ingediend.

Het Hof oordeelt dat appellant onvoldoende heeft gesteld en bewezen dat sprake is van subrogatie zoals bedoeld in artikel 6:150 onder Pro a BW, noch dat Cas Abao Landhuis-Vastgoed aansprakelijk is voor de vordering of dat verhaal op haar vermogen mogelijk is.

Daarom wordt het hoger beroep verworpen en de bestreden beschikking bevestigd. Appellant wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep, begroot op NAF 3.400 aan salaris van de gemachtigde.

Uitkomst: Het Hof bevestigt de weigering van verlof tot conservatoir derdenbeslag en veroordeelt appellant in de kosten van het hoger beroep.

Uitspraak

Registratienr. HAR 3/10
Uitspraak: 19 juli 2010 (bij vervroeging)
BESCHIKKING GEGEVEN DOOR HET GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA
in de zaak van:
[appellant],
wonend op Curaçao, domicilie gekozen hebbend ten kantore van zijn gemachtigde,
oorspronkelijk verzoeker, thans appellant,
hierna te noemen: [appellant],
gemachtigden: mr. M.H. Römer,
tegen
de naamloze vennootschap CAS ABAO LANDHUIS-VASTGOED N.V.,
gevestigd op Curaçao,
oorspronkelijk gerekwestreerde, thans geïntimeerde,
hierna te noemen: Cas Abao Landhuis-Vastgoed,
gemachtigde: mr. J.A.M. Burgers.
Het verloop van de procedure
1.1. Voor hetgeen in eerste aanleg is gesteld en verzocht, voor de procesgang aldaar en voor de overwegingen en beslissingen van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao, (GEA) wordt verwezen naar de op 9 februari 2010 uitgesproken beschikking waarbij het verzoek van [appellant] tot het leggen van conservatoir beslag is afgewezen. De inhoud van die beschikking geldt als hier ingevoegd.
1.2. [appellant] is bij beroepschrift, ingekomen op 17 februari 2010, met producties, in hoger beroep gekomen van voornoemde beschikking. Daarin heeft hij zijn beroep toegelicht en geconcludeerd dat het Hof de bestreden beschikking zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, aan [appellant] verlof zal verlenen om gelijk verzocht, althans voor een door het Hof vast te stellen bedrag, conservatoir beslag te leggen op de aan Cas Abao Landhuis-Vastgoed toebehorende gelden welke zich onder notaris Eshuis bevinden.
1.3. Op 2 maart 2010 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Verschenen zijn [appellant], vergezeld van zijn gemachtigde. Voor Cas Abao Landhuis-Vastgoed zijn verschenen haar gemachtigde en de heer [C.P.]. Tevoren zijn door beide partijen producties ingezonden. Ook ter zitting zijn door [appellant] producties overgelegd. De gemachtigde van Cas Abao Landhuis-Vastgoed heeft gepleit aan de hand van overgelegde pleitnotities.
1.4. Op 15 maart 2010 zijn bij faxbrief door [appellant] nadere producties ingebracht, waarop Cas Abao Landhuis-Vastgoed bij akte uitlating producties op 11 mei 2010 heeft gereageerd.
1.5. Het Hof heeft vervolgens bepaald dat op 24 augustus 2010 een beschikking zal worden uitgesproken. Bij vervroeging is de uitspraak nader bepaald op heden.
2. De gronden van het hoger beroep
Voor de gronden van het hoger beroep wordt verwezen naar het beroepschrift.
3. Beoordeling
3.1. [appellant] vraagt verlof tot het leggen van conservatoir derdenbeslag op gelden die toekomen aan Cas Abao Landhuis-Vastgoed. Hij wenst zich in dat verband kennelijk te beroepen op subrogatie als bedoeld in artikel 6:150 onder Pro a BW. Zijn huis is, zo stelt hij, executoriaal verkocht voor een vordering van [V.R.] op Cas Abao Landhuis-Vastgoed.
3.2. Het GEA heeft verlof geweigerd. Het hiertegen gerichte hoger beroep van [appellant] faalt.
3.3. Uit productie 1 bij het inleidend verzoekschrift blijkt dat [appellant]s huis inderdaad door [V.R.] (en diens echtgenote) is uitgewonnen, maar dat zulks is geschied ter zake van een vordering van [V.R.] (e.a.) op Cas Abao Landhuis-Vastgoed blijkt uit geen der door [appellant] overgelegde producties. Dat subrogatie heeft plaatsgevonden is dan ook niet summierlijk gebleken.
3.4. Onvoldoende is gesteld om aannemelijk te achten dat een vereenzelviging of aansprakelijkheid van Cas Abao Landhuis-Vastgoed gerechtvaardigd zou kunnen zijn dan wel anderszins een verhaalbaarheid op haar vermogen.
3.5. De bestreden beschikking moet derhalve worden bevestigd. [appellant] dient de kosten van het hoger beroep te dragen.
4. Beslissing
Het Hof bevestigt de bestreden beschikking en veroordeelt [appellant] in de aan de zijde van Cas Abao Landhuis-Vastgoed in hoger beroep gevallen kosten, tot op heden begroot op NAF. 3.400,= aan salaris van de gemachtigde.
Deze beschikking is gegeven door mrs. J. de Boer, J.R. Sijmonsma en J.P. de Haan, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 juli 2010 op Curaçao, in tegenwoordigheid van de griffier.