ECLI:NL:OGHNAA:2010:BN5661
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen beslissing Medisch Tuchtcollege over medisch handelen en dossiervoering
In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van het Medisch Tuchtcollege waarin zijn klacht tegen twee artsen werd afgewezen. Appellant klaagde over gebrekkige informatieverstrekking, onvoldoende rekening houden met zijn doofheid, gebrekkige dossiervorming en medisch falen. Tevens stelde hij dat de beëindiging van de arts-patiëntrelatie een sanctie was vanwege zijn verzoek om inzage in het medisch dossier.
Het Hof heeft vastgesteld dat appellant het hoger beroep tijdig en ontvankelijk heeft ingesteld. Tijdens de mondelinge behandeling zijn de gronden van het beroep besproken, waarbij het Hof erkent dat de doofheid van appellant communicatie bemoeilijkte. Desondanks heeft het Hof geoordeeld dat de artsen zich voldoende hebben ingespannen om informatie te verstrekken en dat appellant ook ondersteuning kon krijgen van zijn gemachtigde.
Verder is geoordeeld dat de beëindiging van de arts-patiëntrelatie niet als sanctie kan worden gezien, maar een gevolg was van het verloren vertrouwen, waarbij de juiste procedure is gevolgd. Het Hof vond ook geen gebreken in de medische dossiers die niet voldeden aan de wettelijke maatstaven. Ondanks de te betreuren gezondheidstoestand van appellant, concludeert het Hof dat er geen sprake is van medisch falen door de geïntimeerden en bevestigt het de bestreden beslissing van het Medisch Tuchtcollege.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de beslissing van het Medisch Tuchtcollege en oordeelt dat er geen sprake is van medisch falen.