Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:OGHNAA:2010:BN5947

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba

Datum uitspraak
19 juli 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
HLAR 083/09
Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 56 Landsverordening administratieve rechtspraak
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging ongegrondverklaring beroep wegens niet-tijdig ingediend bezwaarschrift sociale verzekeringspremies

Panaderia Filomena N.V. heeft bezwaar gemaakt tegen naheffingsaanslagen premies ziekte- en ongevallenverzekering over de jaren 1997-1999 opgelegd door de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege het niet tijdig indienen van het bezwaarschrift.

De rechtbank in eerste aanleg verklaarde het beroep van Filomena ongegrond. Filomena stelde in hoger beroep dat de termijnoverschrijding het gevolg was van niet aan haar toe te rekenen bijzondere omstandigheden, omdat de beschikkingen naar een oud bedrijfsadres waren gestuurd. Tevens voerde zij aan dat zij het bezwaar zo spoedig mogelijk na kennisname had ingediend.

Het Hof oordeelde dat het door Filomena opgegeven adres wel in de beschikkingen vermeld stond en dat zij niet aannemelijk had gemaakt dat de termijnoverschrijding het gevolg was van bijzondere omstandigheden buiten haar schuld. Het hof bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het hoger beroep van Panaderia Filomena N.V. wordt ongegrond verklaard wegens niet-tijdig ingediend bezwaarschrift zonder verschoonbare omstandigheden.

Uitspraak

HLAR 083/09
Datum uitspraak: 19 juli 2010
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA
Uitspraak op het hoger beroep van:
de naamloze vennootschap Panaderia Filomena N.V.,
gevestigd op Curaçao,
appellante,
tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao, van 13 oktober 2009 in zaak nr. 2008/150 in het geding tussen:
appellante
en
de Sociale Verzekeringsbank.
1. Procesverloop
Bij onderscheiden beschikkingen van 27, 28 en 30 mei 2002 heeft de Sociale Verzekeringsbank (hierna: de SVB) appellante (hierna: Filomena) naheffingsaanslagen premies ziekteverzekering en ongevallenverzekering over de jaren 1997, 1998 en 1999 opgelegd.
Bij beschikking van 18 november 2008, voor zover thans van belang, heeft de SVB het door Filomena daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
Bij uitspraak van 13 oktober 2009 heeft het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao, (hierna: het Gerecht) het door Filomena daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft Filomena bij brief, bij het Hof ingekomen op 25 november 2009, hoger beroep ingesteld.
De SVB heeft een verweerschrift ingediend.
Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 31 mei 2010, waar Filomena, vertegenwoordigd door A. Moenir-Alam, advocaat, vergezeld door […] en […], en de SVB, vertegenwoordigd door mr. M. Bonafasia, werkzaam in haar dienst, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Niet in geschil is dat het bezwaarschrift van 22 augustus 2006 niet binnen de daarvoor gestelde termijn is ingediend. Volgens Filomena heeft het Gerecht miskend dat zij heeft aangetoond dat de termijnoverschrijding het gevolg is van haar niet toe te rekenen bijzondere omstandigheden en het bezwaarschrift zo spoedig als dit redelijkerwijs kon worden verlangd heeft ingediend. Daartoe stelt zij dat - samengevat weergegeven - de beschikkingen van 27, 28 en 30 mei 2002 ten onrechte naar het voormalige bedrijfsadres zijn verzonden dat toen niet meer in gebruik was en zij dadelijk bezwaar heeft gemaakt, nadat zij van het bestaan ervan op de hoogte was geraakt.
2.1.1. Voor het antwoord op de vraag of de termijnoverschrijding verschoonbaar is, is, gelet op artikel 56, derde lid, van de Landsverordening administratieve rechtspraak, van belang of deze het gevolg is van Filomena niet toe te rekenen bijzondere omstandigheden en zij voorts het bezwaarschrift heeft ingediend, zo spoedig als dit redelijkerwijs kon worden verlangd.
In de beschikkingen is, anders dan zij stelt, het door Filomena nader opgegeven adres vermeld. Het betoog ontbeert derhalve feitelijke grondslag. Dat de beschikkingen niet tijdig aan Filomena bekend zijn geworden door een haar niet toe te rekenen bijzondere omstandigheid, is aldus niet aannemelijk gemaakt. Dat zij, nadat zij bekend was geraakt met het bestaan ervan, als gesteld, zo spoedig mogelijk bezwaar heeft gemaakt, heeft onder die omstandigheden niet de betekenis, die zij daaraan gehecht wil zien.
Het betoog faalt.
2.2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van het Gerecht wordt bevestigd.
2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Recht doende in naam der Koningin:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. H.L. Wattel, voorzitter, en mr. R.W.L. Loeb en mr. A.W.M. Bijloos, leden, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Isenia, griffier.
w.g. Wattel
voorzitter
w.g. Isenia
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 19 juli 2010
Verzonden:
Voor eensluidend afschrift,
de griffier,
voor deze,