Uitspraak
RAAD VAN BEROEP
[…],
de Minister van Sociale Zaken, Arbeid en Welzijn (SOAW),
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
bevestigtde aangevallen uitspraak.
Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze zaak stond de vraag centraal of een vierde opeenvolgende tijdelijke aanstelling als ambtenaar rechtens moet worden beschouwd als een vaste aanstelling. Appellant stelde dat de Landsverordening Materieel Ambtenarenrecht (Lma) een lacune vertoonde die opgevuld moest worden met een rechtsregel vergelijkbaar met artikel 7A:1625fa van het Burgerlijk Wetboek, dat voor arbeidsovereenkomsten geldt.
De Raad van Beroep stelde vast dat de ambtenarenrechter zeer terughoudend moet zijn met het creëren van nieuwe rechtsregels en dat hiervoor geen hogere regelgeving of algemeen rechtsbeginsel bestaat die een dergelijke conversie verplicht stelt. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat een ambtenarenaanstelling niet gelijkgesteld kan worden met een arbeidsovereenkomst.
Daarnaast wees de Raad het verzoek van appellant af om een schadevergoeding toe te kennen, omdat onvoldoende concreet bewijs was geleverd van immateriële schade. De Raad bevestigde daarmee het eerdere vonnis van het Gerecht in Ambtenarenzaken en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd dat geen vaste aanstelling ontstaat na vier tijdelijke aanstellingen.