Uitspraak
Regeling Ambtenarenrechtspraak 1951 (RAr 1951)
RAAD VAN BEROEP
[appellant],
de Minister van Bestuur, Planning en Dienstverlening,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
bevestigtde aangevallen uitspraak
Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
De zaak betreft een hoger beroep van een ambtenaar tegen een uitspraak van het Gerecht in Ambtenarenzaken te Curaçao over de toekenning van een toelage en een verzoek om schadevergoeding. De ambtenaar betoogde dat hij recht had op een toelage vanaf december 2008 vanwege bijzondere werkzaamheden in verband met de ontmanteling van de Nederlandse Antillen. Tevens vorderde hij schadevergoeding voor immateriële en belastinggerelateerde schade.
De Raad overweegt dat de minister op grond van artikel 9 van Pro het Bezoldigingslandsbesluit 1998 discretionair bevoegd is een toelage toe te kennen, maximaal 25% van de bezoldiging. Het Gerecht had terecht geoordeeld dat de toelage niet eerder dan 1 januari 2009 kon worden toegekend, mede omdat een eerdere ministeriële beschikking voor de periode juni 2009 tot januari 2010 reeds rechtsgeldig was en niet was ingetrokken.
Verder werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen omdat de appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij immateriële of belastingschade had geleden. De Raad bevestigt dat de wettelijke rente pas vanaf de datum van het vernietigde toelagebesluit verschuldigd is en dat het gelijkheidsbeginsel geen grond biedt voor een eerdere toekenning van de toelage. De aangevallen uitspraak wordt derhalve bevestigd.
Uitkomst: De Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek om schadevergoeding en stelt de toelageperiode vast vanaf 1 januari 2009.