Uitspraak
RAAD VAN BEROEP
[appellante],
de Minister van Onderwijs, Wetenschap, Cultuur en Sport,
Procesverloop
Beslissing
bevestigtde aangevallen uitspraak.
Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze zaak stond centraal of geïntimeerde, als bevoegd gezag, gehouden was medewerking te verlenen aan een benoeming tot schooldirecteur op basis van een toezegging van de waarnemend Directeur van de Dienst Onderwijs (wnd. Directeur).
Appellante voerde aan dat zij op grond van een eerdere wervingsprocedure recht had op benoeming, waarbij zij zich beroept op het vertrouwensbeginsel. Het Gerecht in Ambtenarenzaken had dit bezwaar ongegrond verklaard, waarna appellante hoger beroep instelde.
De Raad van Beroep stelde vast dat geïntimeerde niet het bevoegd gezag was zoals bedoeld in de Landsverordening voortgezet onderwijs, omdat de wnd. Directeur geen voordracht had gedaan. Hierdoor kon geïntimeerde geen eigen beoordeling maken en was er geen rechtens te respecteren vertrouwen op medewerking aan de benoeming.
Verder oordeelde de Raad dat appellante ten onrechte meende gebonden te zijn aan de eerdere wervingsprocedure, zeker nu een nieuwe Directeur een nieuwe procedure was gestart waaraan zij niet deelnam.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.