Uitspraak
Regeling Ambtenarenrechtspraak 1951 (RAr 1951)
RAAD VAN BEROEP
[appellant],
de Regering van Curaçao,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
bevestigtde aangevallen uitspraak.
Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Appellant ging in hoger beroep tegen het disciplinaire ontslag dat hem bij Landsbesluit was opgelegd, ingaande op 1 juli 2016. Het Gerecht in Ambtenarenzaken had het bezwaar van appellant ongegrond verklaard. In hoger beroep stelde appellant dat het ontslag een dubbele bestraffing was, omdat eerder bedragen op zijn salaris waren ingehouden.
De Raad van Beroep oordeelde dat de salarisinhoudingen niet voortvloeiden uit een disciplinaire sanctie, maar het verrekenen van reeds uitbetaalde niet gewerkte uren betroffen, zodat geen sprake was van dubbele bestraffing. Tevens verwierp de Raad het beroep op artikel 11 van Pro het Besluit rechtspositie KPNA 2000, omdat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij niet wist waar hij was tewerkgesteld.
De Raad benadrukte dat het niet informeren over de tewerkstelling, terwijl de bezoldiging doorliep, op zichzelf ernstig plichtsverzuim is en dat het ontslag niet onevenredig is. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van het Gerecht bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het ontslagbesluit bevestigd.