Uitspraak
RAAD VAN BEROEP IN AMBTENARENZAKEN VAN CURAÇAO
[appellant],
de Regering van Curaçao
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
bevestigtde aangevallen uitspraak.
Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Appellant is ontslagen als Senior Operator bij het ministerie van Justitie op Curaçao vanwege een strafrechtelijke veroordeling. Het ontslagbesluit dateert van 26 maart 2018 met ingang van 1 april 2018. Appellant maakte bezwaar tegen het ontslag en tegen de inhouding van zijn salaris vanaf mei 2016.
Het Gerecht in Ambtenarenzaken verklaarde het bezwaar tegen de salarisinhouding niet-ontvankelijk en verklaarde het ontslagbesluit nietig, maar de nietigheid werd voor gedekt verklaard vanwege de nog niet onherroepelijke strafrechtelijke veroordeling ten tijde van het ontslag. Appellant stelde in hoger beroep dat de nietigheid niet voor gedekt verklaard had mogen worden, omdat de veroordeling toen nog niet onherroepelijk was en het opschuiven van de ontslagdatum gevolgen heeft voor de salarisbetaling.
De Raad oordeelde dat appellant wel degelijk kennis had kunnen nemen van het landsbesluit tot schorsing en salarisinhouding in 2016 en dat hij tijdig bezwaar had kunnen maken. De inhouding van het salaris stond daarmee vast. Het opschuiven van de ontslagdatum naar het moment van onherroepelijkheid van de veroordeling brengt geen verandering in het besluit tot schorsing en salarisinhouding. Het hoger beroep is daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het ontslagbesluit wordt bevestigd.