Uitspraak
RAAD VAN BEROEP
[appellante],
de Regering van Curaçao,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
verklaarthet hoger beroep
ongegrond.
Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Appellante was sinds 2005 aangesteld als kommies bij de Douane. Na conflicten en gedragsproblemen werd zij in 2010 tijdelijk de toegang tot haar werkplek ontzegd. Een commissie concludeerde dat zij niet waardig was om als douaneambtenaar te blijven werken vanwege een verstoorde werkrelatie.
In 2012 kreeg zij onder strikte voorwaarden toestemming om haar werkzaamheden te hervatten, maar werd niet toegelaten tot de werkplek. Daarna heeft zij jarenlang doorbetaald thuisgezeten. Een tijdelijke herplaatsing bij Kranshi mislukte vanwege gebrek aan werklust, bevestigd in een evaluatie.
De Regering van Curaçao verleende haar in 2017 eervol ontslag wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid. Appellante verzette zich hiertegen, maar de Raad oordeelde dat haar gedragingen en mentaliteit niet passend zijn voor een ambtenaar. Haar weigering om mee te werken aan herplaatsing en het ontbreken van werklust maakten verdere verbeterpogingen zinloos.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het ontslagbesluit bevestigd. De Raad zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het ongeschiktheidsontslag bevestigd wegens gebrek aan werklust en ongeschikte grondhouding.