Uitspraak
RAAD VAN BEROEP
[appellant]
de Regering van Curaçao,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
bevestigtde aangevallen uitspraak.
Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Appellant, een politieambtenaar, verzocht om bevordering met terugwerkende kracht naar senior medewerker noodhulp/handhaving, verwijzend naar een collega die een dergelijke bevordering wel had gekregen. De minister wees dit verzoek af met het argument dat appellant en de collega geen gelijke gevallen waren.
Het Gerecht in Ambtenarenzaken verklaarde het bezwaar gegrond omdat het bestreden besluit niet door het bevoegd gezag was genomen, vernietigde het besluit maar liet de rechtsgevolgen in stand. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Raad van Beroep oordeelde dat de collega’s waar appellant naar verwees niet vergelijkbaar waren omdat zij eerder aan de politieopleiding waren begonnen en hun rechtspositie gelijkgesteld moest worden. Appellants beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde. Ook faalde het beroep op willekeur omdat dit pas in hoger beroep werd aangevoerd en appellant onvoldoende bewijs leverde dat hij de functie langer dan drie jaar had waargenomen.
De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.