Uitspraak
RAAD VAN BEROEP
18 november 2019, GAZA AUA201901141 (aangevallen uitspraak), in het geding tussen:
Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Geïntimeerde is sinds 1992 werkzaam bij de Inspectie der invoerrechten en accijnzen en bekleedde sinds 2013 de rang van hoofdkommies, schaal 8. Na een verdenking van overtreding van de Landsverordening verdovende middelen werd hem in 2014 de toegang tot het werk ontzegd en volgde een schorsing die later onherroepelijk werd vernietigd. In 2018 werd een voorstel gedaan tot bevordering naar schaal 9, maar dit werd afgewezen vanwege onvoldoende dienstanciënniteit en het ontbreken van een beoordeling over de schorsingsperiode.
Het Gerecht verklaarde het bezwaar van geïntimeerde gegrond en vernietigde het besluit, stellende dat de afwezigheid veroorzaakt werd door onrechtmatig handelen van de Gouverneur en dat het niet redelijk is de gevolgen daarvan voor rekening van geïntimeerde te laten. De Raad bevestigt deze uitspraak en oordeelt dat de bevordering terecht was voorgesteld, omdat geïntimeerde bij normaal functioneren aan de eisen zou hebben voldaan.
De Raad veroordeelt de Gouverneur tot vergoeding van de proceskosten van geïntimeerde in hoger beroep. Het hoger beroep van de Gouverneur slaagt niet en de eerdere uitspraak blijft in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Gouverneur wordt verworpen en de vernietiging van het besluit tot afwijzing van het bevorderingsvoorstel wordt bevestigd.