Uitspraak
RAAD VAN BEROEP
IN AMBTENARENZAKEN
VAN CURAÇAO
[appellant]
8 mei 2020, CUR201803941, in het geding tussen:
de Regering van Curaçao,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
bevestigtde aangevallen uitspraak.
Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Appellant heeft verzocht om herziening van een plaatsingsbesluit waarbij hij benoemd was als Tactisch Rechercheur bij het GKPC. Hij voerde aan dat een verklaring van een voormalig hoofdinspecteur nieuw gebleken feit was dat recht gaf op herziening en dat hij onterecht niet was geplaatst als Senior Tactisch Rechercheur. De Regering wees het verzoek af omdat de verklaring niet als nieuw feit kon worden aangemerkt en appellant deze eerder had kunnen overleggen.
Het Gerecht in Ambtenarenzaken bevestigde deze afwijzing en oordeelde dat appellant pas laat een beroep deed op het gelijkheidsbeginsel, dat bovendien niet slaagde omdat er geen gelijke gevallen waren. Appellant ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Raad van Beroep overwoog dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij de verklaring niet eerder had kunnen overleggen en dat de brief geen nieuw feit vormde. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat benoemingen van collega’s op andere gronden waren gebaseerd, zoals sollicitatieprocedures en bezwaarprocedures. Ook een latere verklaring van een inspecteur over werkzaamheden na de referentieperiode was geen nieuw feit.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde het bestreden vonnis. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van het verzoek tot herziening van het plaatsingsbesluit wordt bevestigd.