Uitspraak
RAAD VAN BEROEP
IN AMBTENARENZAKEN
VAN CURAÇAO
[Appellant]
27 juli 2020, CUR2019000813, in het geding tussen:
de Regering van Curaçao
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
bevestigtde aangevallen uitspraak.
Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Appellant, werkzaam bij diverse overheidsdiensten sinds 1997, verzocht om benoeming in de functie van Hoofd Afdeling Veiligheidsinspectie met terugwerkende kracht vanaf 1 maart 2001. Hij stelde dat hij deze functie ononderbroken had waargenomen en ondersteunde dit met verklaringen van voormalige leidinggevenden.
De Regering wees het verzoek af omdat eerdere gelijkluidende verzoeken reeds onherroepelijk waren afgewezen. Het Gerecht in Ambtenarenzaken bevestigde deze afwijzing, stellende dat de nieuwe verklaringen geen nieuwe feiten waren die herziening rechtvaardigen.
In hoger beroep betoogde appellant dat hij de verklaringen niet eerder kon overleggen en dat hem was toegezegd dat een dergelijke verklaring tot benoeming zou kunnen leiden. De Raad oordeelde dat appellant deze verklaringen wel eerder had kunnen verkrijgen en overleggen in eerdere procedures. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere afwijzing van het benoemingsverzoek bevestigd.