Uitspraak
RAAD VAN BEROEP
[APPELLANTE],
de Gouverneur van Aruba,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
bevestigtde aangevallen uitspraak.
Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Appellante, werkzaam als chef van dienst bij het Korps Politie Aruba, werd geschorst wegens een disciplinair onderzoek naar plichtsverzuim nadat zij zich ziek meldde met coronaklachten maar later bij een feestelijke sociale gelegenheid werd aangetroffen.
De schorsing begon op 25 juli 2020 en duurde ongeveer zeventien maanden. Appellante stelde dat de schorsing onrechtmatig lang was en dat zij daardoor schade had geleden doordat zij geen maandelijkse toelage ontving.
De Raad oordeelde dat ondanks de lange duur van de schorsing, er geen sprake was van onrechtmatigheid. De coronapandemie en onderbezetting bij KPA, het feit dat het onderzoek ook betrekking had op vijf collega’s, en het gedrag van appellante, waaronder weigering verklaring af te leggen en het starten van een wrakingsprocedure, veroorzaakten vertragingen.
De Raad concludeerde dat de schorsing niet langer duurde dan noodzakelijk en dat er geen aanleiding was voor schadevergoeding. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van het Gerecht bevestigd.
Uitkomst: De schorsing van de politieambtenaar was ondanks de lange duur rechtmatig en het hoger beroep wordt afgewezen.