ECLI:NL:ORBAACM:2022:9
Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- J. Sybesma
- P.J. Thijssen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit over ingangsdatum vaste aanstelling ambtenaar ondanks arbeidsovereenkomst vooraf
Appellante was vanaf 2005 werkzaam op basis van een arbeidsovereenkomst en vanaf 2009 in tijdelijke dienst bij de Dienst Openbare Werken. Na verzoeken om aanstelling in vaste dienst werd bij landsbesluit van 11 juni 2018 haar aanstelling per 1 juli 2017 bevestigd. Het Gerecht in Ambtenarenzaken had haar bezwaar tegen de ingangsdatum afgewezen, stellende dat geïntimeerde discretionaire bevoegdheid heeft om aanstellingen te verlenen en dat de aanstelling niet in strijd is met beginselen van behoorlijk bestuur.
In hoger beroep voerde appellante aan dat artikel 5, lid 3, onder a van de Landsverordening materieel ambtenarenrecht (Lma) haar recht geeft op vaste aanstelling na vijf jaar aaneengesloten tijdelijke dienst, en dat het beleid van geïntimeerde hiermee in strijd is. Ook stelde zij dat het gelijkheidsbeginsel onjuist werd toegepast door het Gerecht.
De Raad overwoog dat het genoemde artikel geen verplichting inhoudt voor aanstelling in vaste dienst na een arbeidsovereenkomst, zoals in haar geval. Daarnaast was het beleid gericht op kaderpersoneel met specifieke diploma's, wat niet op appellante van toepassing was. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd verworpen omdat er geen sprake was van gelijke gevallen.
De Raad bevestigde het vonnis van het Gerecht en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak werd in het openbaar uitgesproken op 5 januari 2022 door voorzitter Vermeulen en leden Sybesma en Thijssen.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat de ingangsdatum van de vaste aanstelling niet in strijd is met de Lma en wijst het hoger beroep af.