Uitspraak
Regeling Ambtenarenrechtspraak 1951 (RAr)
RAAD VAN BEROEP
uitspraak
[appellant],
de Minister van Justitie van Sint Maarten
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
bevestigtde aangevallen uitspraak.
Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Appellant, een voormalig senior medewerker bij het Korps Politie Sint Maarten, werd in 2012 onvoorwaardelijk ontslagen wegens plichtsverzuim, maar dit ontslag werd in 2016 door de Raad vernietigd en omgezet in een voorwaardelijk ontslag. Sinds februari 2020 is appellant weer in functie. Hij verzocht om uitbetaling van niet-genoten vakantie-uren over de jaren 2010-2019, periodieke salarisverhogingen en een bevordering met terugwerkende kracht.
De minister wees deze verzoeken af, stellende dat er geen wettelijke basis is voor uitbetaling van vakantie-uren en dat de salarisverhogingen en bevordering niet kunnen worden toegekend zonder een formele beoordeling. Het Gerecht in Ambtenarenzaken verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond, onder meer omdat appellant in de periode juli 2011 tot januari 2020 geen werkzaamheden verrichtte en daardoor geen vakantie-uren opbouwde.
De Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad oordeelt dat artikel 35 van Pro het Rechtspositiebesluit geen grondslag biedt voor uitbetaling van niet-genoten vakantie-uren bij niet verrichte werkzaamheden en dat de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie niet van toepassing is op Sint Maarten. Daarnaast is appellant niet tijdig beoordeeld voor salarisverhogingen en is er geen sprake van een disciplinaire straf bij het niet toekennen van de bevordering.
Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.