Uitspraak
RAAD VAN BEROEP
Uitspraak
[Appellant]
De Regering van Curaçao
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
bevestigtde aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten.
Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Appellant, werkzaam als medewerker wijkteam bij het Korps Politie Curaçao, verzocht om benoeming in een seniorfunctie op grond van een vermeende feitelijke waarneming sinds 2014. De minister wees dit verzoek af omdat er geen formele waarneming was en geen verzoek door de leidinggevende was ingediend.
Het Gerecht in Ambtenarenzaken vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat niet was voldaan aan de vereisten voor feitelijke waarneming door noodzaak. Appellant stelde hoger beroep in tegen dit laatste oordeel.
De Raad van Beroep oordeelde dat ondanks een aanvullende verklaring over de gewoonte binnen het Korps om functies bij noodzaak te laten waarnemen, de wens tot bezetting niet voldoende is voor feitelijke waarneming. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de vergelijkbare gevallen wezenlijk verschilden. Het hoger beroep werd verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek tot bevordering tot seniorfunctie wordt afgewezen wegens ontbreken van formele en door noodzaak ingegeven feitelijke waarneming.