Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:ORBAACM:2024:28

Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
23 september 2024
Publicatiedatum
24 september 2024
Zaaknummer
AUA2024H00035
Instantie
Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:19 AwbLandsverordening ambtenarenrechtspraak
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vernietiging onrechtmatige inkomensaanpassing en toekenning proceskostenvergoeding

De zaak betreft een hoger beroep van de minister tegen een uitspraak van het Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba over een inkomensaanpassing van een onderwijzeres wegens arbeidsongeschiktheid. De minister had een besluit genomen om het inkomen van de onderwijzeres aan te passen naar 80% van het volle inkomen, maar dit besluit werd door het Gerecht vernietigd wegens onrechtmatigheid.

De minister bracht vervolgens een nieuwe beschikking uit waarin het inkomen werd aangepast naar 100% en de eerdere beschikking werd ingetrokken. Ondanks deze intrekking bleef de onderwijzeres aanspraak maken op een vergoeding van de door haar gemaakte proceskosten. Het Gerecht oordeelde dat zij nog steeds belang had bij de beoordeling van de oorspronkelijke beschikking en verklaarde het bezwaar gegrond, vernietigde de bestreden beschikking en veroordeelde de minister tot vergoeding van de proceskosten.

In hoger beroep voerde de minister aan dat het Gerecht niet-ontvankelijk had moeten verklaren omdat de bestreden beschikking was ingetrokken en niet meer bestond. De Raad van Beroep verwierp dit verweer en stelde dat ook bij intrekking van een beschikking nog belang kan bestaan bij vernietiging als er aanspraak op schadevergoeding is. De Raad bevestigde de uitspraak van het Gerecht en veroordeelde de minister tot betaling van proceskosten aan de onderwijzeres.

Uitkomst: De Raad van Beroep bevestigt de vernietiging van de onrechtmatige inkomensaanpassing en veroordeelt de minister tot vergoeding van proceskosten.

Uitspraak

Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La)

Uitspraakdatum: 23 september 2024
Zaaknummer: AUA2024H00035

RAAD VAN BEROEP

IN AMBTENARENZAKEN
VAN ARUBA

Uitspraak

op het hoger beroep van:

de Minister van Onderwijs en Sport,

appellant (hierna: de minister),
gemachtigde: mr. V.M. Emerencia,
tegen de uitspraak van het Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba (Gerecht) van
15 januari 2024, zaaknummer AUA202301725 (aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
de minister
en

[Betrokkene],

geïntimeerde (hierna: [betrokkene]),
gemachtigde: mr. P.M.K. Smit, advocaat.

Procesverloop

De minister heeft hoger beroep ingesteld.
De Raad heeft het hoger beroep behandeld op de zitting van 29 augustus 2024. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.

Overwegingen

1. De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.
1.1. [
[Betrokkene] is als onderwijzeres werkzaam bij de Dienst Publieke Scholen (DPS). In verband met haar op 1 juli 2017 ingetreden arbeidsongeschiktheid heeft de minister op 18 mei 2022 een beslissing genomen over de aanpassing van het vol inkomen. In bezwaar heeft het Gerecht deze beslissing bij uitspraak van 6 maart 2023 vernietigd. Op 19 april 2023 heeft de minister opnieuw beslist over het inkomen van [betrokkene] en daarbij besloten het inkomen met ingang van 1 mei 2022 aan te passen naar 80% van het vol inkomen (bestreden beschikking). [betrokkene] heeft ook tegen deze beschikking bezwaar gemaakt.
1.2.
Het Gerecht heeft het bezwaar op de zitting van 15 januari 2024 behandeld. Daarbij heeft de minister ter zitting een nieuwe beschikking, gedateerd op de zittingsdatum, overgelegd. Bij deze beschikking heeft de minister het inkomen van [betrokkene] met ingang van 1 juli 2021 aangepast naar 100% en de bestreden beschikking ingetrokken. [Betrokkene] heeft hierop ter zitting te kennen gegeven dat de minister met zijn nieuwe beslissing van 15 januari 2024 volledig aan haar bezwaar is tegemoetgekomen. Wel heeft [betrokkene] verzocht om een tegemoetkoming in de kosten van de juridische bijstand.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft het Gerecht het bezwaar gegrond verklaard, de bestreden beschikking vernietigd en de minister veroordeeld in de gemaakte kosten aan rechtskundige bijstand tot een bedrag van Afl. 1.400,-. Daartoe heeft het Gerecht het volgende overwogen. Met de beschikking van 15 januari 2024 is de minister thans geheel tegemoetgekomen aan het bezwaar van [betrokkene]. Niettemin heeft [betrokkene] nog belang bij een beoordeling van haar bezwaar, nu zij heeft verzocht om toekenning van vergoeding van schade, geleden als gevolg van de bestreden beschikking, in de vorm van door haar gemaakte proceskosten. Dat de bestreden beschikking rechtens onjuist was, staat tussen partijen vast. Het bezwaar is dus gegrond en de bestreden beschikking wordt vernietigd.
3. In hoger beroep heeft de minister het volgende aangevoerd. De bestreden beschikking is bij beschikking van 15 januari 2024 ingetrokken. Het Gerecht kon daarom een niet bestaande beschikking niet (meer) vernietigen. Het Gerecht had [betrokkene] niet-ontvankelijk moeten verklaren in haar bezwaar. De vernietiging van een niet bestaande beschikking was alleen ingegeven door het feit dat de minister hierdoor in de kosten kon worden veroordeeld.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1.
Ook indien een nieuwe beschikking in het geding wordt gebracht waarbij de bestreden beschikking wordt ingetrokken of vervangen, kan nog belang bestaan bij een vernietiging van de ingetrokken of vervangen beschikking. Dat is het geval als de indiener van het bezwaarschrift aanspraak maakt op schadevergoeding. Er is geen rechtsregel die in zo’n geval aan een vernietiging in de weg staat. De Raad verwijst in dit verband naar artikel 6:19, vijfde lid, van de Nederlandse Algemene wet bestuursrecht waaraan dezelfde gedachte ten grondslag ligt. Voor een vernietiging is vereist dat de oorspronkelijke en inmiddels ingetrokken of vervangen beschikking onrechtmatig was. Dat een beschikking inmiddels is ingetrokken of vervangen, maakt die beoordeling ook niet onmogelijk. In dit geval heeft [betrokkene] aanspraak gemaakt op schadevergoeding in de vorm van gemaakte proceskosten. Gelet hierop heeft het Gerecht terecht geoordeeld dat [betrokkene] nog belang had bij de beoordeling van de rechtmatigheid van de bestreden beschikking. Vervolgens heeft het Gerecht vastgesteld dat deze beschikking onrechtmatig was, zodat in beginsel aanspraak bestaat op schadevergoeding. Op grond daarvan heeft het Gerecht met juistheid geoordeeld dat het bezwaar gegrond is, de bestreden beschikking terecht vernietigd en vervolgens de minister terecht veroordeeld tot vergoeding van schade in de vorm van door [betrokkene] gemaakte proceskosten.
4.2.
Uit 4.1 volgt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
5. Aanleiding bestaat de minister te veroordelen in de proceskosten van [betrokkene] tot een bedrag van Afl. 700,- (1 punt voor de zitting bij de Raad).

Beslissing

De Raad van Beroep:
  • bevestigtde aangevallen uitspraak;
  • veroordeeltde minister in de kosten van [betrokkene] tot een bedrag van
    Afl. 700,-, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze uitspraak is gewezen door mr. W.H. Bel, voorzitter, en mr. A.H.M. van de Leur en mr. M.A. Evertsz, leden, en uitgesproken in het openbaar op 23 september 2024 in tegenwoordigheid van de griffier.