In deze zaak is appellant, een medewerker onderhoud bij het Korrektie Instituut Aruba (KIA), strafrechtelijk veroordeeld voor mensensmokkel. Naar aanleiding daarvan heeft de gouverneur hem met onmiddellijke ingang ontslagen op grond van ernstig plichtsverzuim. De appellant voerde in hoger beroep aan dat het ontslag te zwaar was en dat een lichtere maatregel, zoals schorsing of voorwaardelijk ontslag, passender zou zijn geweest, mede gelet op zijn persoonlijke omstandigheden en het feit dat hij geen direct contact met gevangenen had.
Het Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba oordeelde dat het plichtsverzuim van appellant zo ernstig was dat ontslag niet onevenredig was. De Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel en benadrukt dat mensensmokkel een ernstige schending van integriteit en betrouwbaarheid inhoudt, essentiële vereisten voor ambtenaren binnen een justitiële organisatie. Het feit dat appellant onder druk van familie handelde en niet uit winstbejag, doet niet af aan de ernst van zijn handelen.
De Raad stelt vast dat de gouverneur binnen zijn beoordelingsruimte heeft gehandeld en dat het ontslag, ondanks de verstrekkende gevolgen voor appellant, proportioneel is. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er worden geen proceskosten toegewezen.