Appellante werkt sinds 2008 als dierenarts bij de Veterinaire Dienst en heeft vanaf 2014 tot 2017 de functie van hoofd VD waargenomen. Ondanks verzoeken om benoeming en een voordracht van het managementteam, is zij niet benoemd. De gouverneur wees het verzoek in 2022 af, waarna appellante bezwaar maakte en in hoger beroep ging.
Het Gerecht in Ambtenarenzaken oordeelde dat de gouverneur bevoegd was en dat er geen toezegging tot benoeming was gedaan. De Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en stelt dat uit de voordracht van het managementteam geen gerechtvaardigde verwachting tot benoeming kan worden afgeleid, omdat de benoemingsbevoegdheid exclusief bij de gouverneur ligt.
Appellante voerde aan dat zij de meest gerede kandidaat was en dat zij op toezeggingen mocht vertrouwen. De Raad verwierp deze stellingen en benadrukte dat het de gouverneur vrijstaat een open sollicitatieprocedure te houden. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.