ECLI:NL:ORBAACM:2025:30

Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
12 november 2025
Publicatiedatum
13 november 2025
Zaaknummer
CUR2023H00263
Instantie
Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot vervallenverklaring eerdere uitspraak inzake functiewaardering brandweerhoof

Verzoeker, voormalig Afdelingshoofd preventie bij de brandweer, betwistte zijn inschaling in salarisschaal 13 en vorderde een waardering in schaal 15. Na meerdere procedures bevestigde de Raad van Beroep in april 2022 het oordeel van het Gerecht dat het bezwaar ongegrond was. Verzoeker vroeg vervolgens om herziening en daarna om ambtshalve vervallenverklaring van die uitspraak.

De Raad overwoog dat het middel van vervallenverklaring slechts in zeer bijzondere gevallen wordt toegepast, namelijk bij evidente fouten die niet via andere rechtsmiddelen kunnen worden hersteld. Hoewel in een latere uitspraak werd erkend dat een passage in de eerdere uitspraak een 'misslag' was in de weergave van verzoekers stelling, was dit geen reden voor vervallenverklaring omdat de inhoudelijke beoordeling correct was en geen andere beslissing zou volgen.

De Raad concludeerde dat geen sprake was van een zodanige bijzondere situatie en wees het verzoek af. Tevens werd geen vergoeding van proceskosten toegekend. De uitspraak werd op 12 november 2025 in het openbaar gewezen door de voorzitter en leden van de Raad van Beroep.

Uitkomst: Verzoek tot vervallenverklaring van de uitspraak van 28 april 2022 wordt afgewezen.

Uitspraak

RAAD VAN BEROEP

IN AMBTENARENZAKEN
VAN CURAҪAO

Uitspraak

op het verzoek tot vervallenverklaring van de uitspraak
van de Raad van 28 april 2022, CUR2020H00140,
in de zaak van:

[Verzoeker],wonende in Curaçao,verzoeker (hierna: Verzoeker),

gemachtigde: mr. B. Lie Atjam,
en

de Regering van Curaçao,

verweerder (hierna: de regering),
gemachtigde: mr. C.A. Peterson, advocaat.

Procesverloop

Verzoeker was Afdelingshoofd preventie bij de dienst Brandweer. In zijn benoemingsbesluit van 29 januari 2003 is vermeld dat zijn functie is ingedeeld in salarisschaal 13. Verzoeker is het daarmee niet eens. Hij meent dat zijn functie gewaardeerd had moeten worden in schaal 15. Hierover heeft verzoeker diverse gerechtelijke procedures gevoerd.
Voor zover hier van belang, heeft het Gerecht met de uitspraak van 9 april 2020, CUR201601309, het bezwaar van verzoeker tegen zijn benoemingsbesluit ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld.
De Raad heeft met de uitspraak van 28 april 2022, CUR2020H00140, de uitspraak van het Gerecht bevestigd. De Raad heeft daarbij het verzoek van verzoeker om vergoeding van immateriële schadevergoeding in verband met de overschrijding van de redelijke (behandel)termijn afgewezen.
Verzoeker heeft de Raad op 26 juli 2022 verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 28 april 2022. Met de uitspraak van 28 juni 2023, CUR2022H00200, heeft de Raad het verzoek om herziening afgewezen.
Verzoeker heeft 25 september 2023 de Raad verzocht om de uitspraak van de Raad van 28 april 2022 ambtshalve vervallen te verklaren.
De Raad heeft het verzoek om vervallenverklaring behandeld op de zitting van
24 oktober 2025. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. De regering heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Beoordeling

1.1.
De Raad stelt voorop dat tegen de uitspraak van 28 april 2022 geen gewoon rechtsmiddel openstaat of openstond. Het betreft een einduitspraak van de hoogste ambtenarenrechter.
1.2.
De Regeling ambtenarenrechtspraak (RAr) kent het bijzondere rechtsmiddel van de herziening. Verzoeker heeft een verzoek gedaan om herziening. Dit heeft geleid tot de uitspraak van 28 juni 2023, waarbij het verzoek om herziening is afgewezen.
1.3.
Nu ligt een verzoek om vervallenverklaring voor. Dat verzoek ziet uitdrukkelijk, zo is ter zitting bevestigd door verzoeker en zijn gemachtigde, op de uitspraak van de Raad van 28 april 2022 en niet (ook) op de herzieningsuitspraak van 28 juni 2023. Verzoeker wil dat de Raad het verzoek toewijst, dat de uitspraak van 28 april 2022 komt te vervallen en dat zijn hoger beroep tegen de uitspraak van 9 april 2020 opnieuw wordt behandeld. Hij wil de kans krijgen te betogen dat met toepassing van het functiewaarderingssysteem FUWASYS zijn functie gewaardeerd had moeten worden in schaal 15.
1.4.
Daarmee ziet de Raad zich gesteld voor de vraag of er aanleiding is zijn eerdere uitspraak van 28 april 2022 vervallen te verklaren.
1.5.
Het buitenwettelijk middel van vervallenverklaring wordt slechts in zeer bijzondere gevallen toegepast. Het dient uitsluitend tot herstel van evidente, niet voor rectificatie vatbare fouten van de rechter, die niet door het instellen van enig rechtsmiddel kunnen worden ondervangen.
1.6.
In zijn uitspraak van 28 april 2022 heeft de Raad in rechtsoverweging 4.2. een stelling van Verzoeker als volgt verwoord: “Appellant heeft aangevoerd dat FUWASYS geen toereikende grondslag vormt voor zijn benoemingsbesluit met inschaling in schaal 13.”. In de uitspraak van 28 juni 2023 heeft de Raad hierover geoordeeld, dat de hiervoor genoemde passage als een ‘misslag’ kan worden aangemerkt. Verzoeker heeft willen betogen dat niet het functiewaarderingssysteem FUWASYS wordt bestreden, maar de toepassing en uitkomst daarvan voor zijn functie.
1.7.
De Raad stelt vast dat de ‘misslag’ uitsluitend betrekking heeft op de weergave van een stelling van verzoeker. Er is geen reden om te oordelen dat een juiste weergave van de stelling van verzoeker zou hebben geleid tot een andere beslissing. Daarbij betrekt de Raad dat in de uitspraak van 28 april 2022 onder 4.3 tot en met 4.5 inhoudelijk is ingegaan op het gebruik van FUWASYS als functiewaarderingssysteem, maar ook op de toepassing van dat systeem voor de functie van Hoofd Afdeling Preventie, de functie die door verzoeker is bekleed. De hoger beroepsgronden van verzoeker tegen de toepassing van FUWASYS op zijn functie heeft de Raad dus inhoudelijk beoordeeld in de uitspraak van 28 april 2022. Dat de Raad bij die beoordeling een evidente fout heeft gemaakt, is niet gebleken. Er is geen ‘zeer bijzonder geval’ als hiervoor bedoeld.
Slotsom
2. Het verzoek moet worden afgewezen.
3. Voor vergoeding van proceskosten is geen aanleiding.

Beslissing

De Raad van Beroep wijst het verzoek om vervallenverklaring af.
Deze uitspraak is gewezen door mr. M.E.B. de Haseth, voorzitter, en mr. B.J. van Ettekoven en mr. M.G.M. Schwengle, leden, en uitgesproken in het openbaar op 12 november 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.