Appellant, werkzaam als orthopedagoog bij de Dienst Sociale Zaken (DSZ), betwistte de vastgestelde ingangsdatum van haar bevordering naar schaal 13 op 1 januari 2020. Zij voerde aan dat eerdere collega’s reeds eerder naar schaal 13 waren bevorderd en beriep zich op het gelijkheidsbeginsel.
De Raad onderzocht de functiewaardering van de orthopedagoog bij DSZ en concludeerde dat deze tot januari 2020 maximaal op schaal 12 was gewaardeerd, zoals blijkt uit meerdere landsbesluiten en adviezen van het Departamento di Recurso Humano (DRH). Incidentele bevorderingen naar schaal 13 vóór 2013 werden als kennelijke fouten aangemerkt.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd verworpen omdat het bestuursorgaan niet verplicht is eerdere fouten te herhalen. De bevordering van een collega in 2018 naar schaal 13 werd eveneens als kennelijke fout aangemerkt. De Raad bevestigde het besluit van de gouverneur en het vonnis van het Gerecht in Ambtenarenzaken, waarmee de ingangsdatum van de bevordering op 1 januari 2020 blijft staan.