Uitspraak
Regeling Ambtenarenrechtspraak (RAr)
RAAD VAN BEROEP
Uitspraak
[appellante],
de Gouverneur van Sint Maarten,
Procesverloop
Overwegingen
- zij niet eerder bij de dienst Burgerzaken zijn geweest voor een eerdere inschrijving;
- dit de eerste keer was dat zij zich kwamen aanmelden voor inschrijving; en
- zij niet op 29, 30 of 31 mei 2024 aanwezig zijn geweest voor inschrijving of enige andere formaliteit bij de dienst Burgerzaken.
- dat er in het systeem geen afspraken zijn gevonden voor registratie van deze vijftien personen;
- dat slechts twee afspraken zijn gevonden op naam van de heer K;
- dat dit wordt bevestigd in de verklaringen van 10 april 2025.
Het Gerecht heeft geen aanleiding gezien te twijfelen aan de juistheid van de afgelegde verklaringen. De stellingen van appellante heeft het Gerecht als ongeloofwaardig terzijde geschoven. Het Gerecht heeft verder van belang geacht dat appellante ten onrechte enkele documenten heeft geaccepteerd bij de registratie. Het Gerecht heeft de gedragingen van appellante aangemerkt als ernstig plichtsverzuim, dat appellante kan worden toegerekend. De Gouverneur was dus bevoegd een disciplinaire straf op te leggen. De sanctie van ontslag is door het Gerecht niet onevenredig geacht.
De Raad merkt deze gedragingen van appellante aan als plichtsverzuim. Met het Gerecht is de Raad van oordeel dat aan ambtenaren bij de dienst Burgerzaken hoge eisen van nauwgezetheid, integriteit en betrouwbaarheid mogen worden gesteld en dat appellante daarin tekort is geschoten. Dat kan haar worden aangerekend. Daarbij betrekt de Raad dat appellante eerder is aangesproken op een gebrek aan precisie en het te losjes omgaan met de registratievoorschriften. Zij was dus gewaarschuwd. De Raad ziet echter geen aanleiding de gedragingen van appellante als ernstig plichtsverzuim aan te merken, zoals het Gerecht heeft gedaan. Daarvoor is redengevend de aard van de overtredingen (procedurele voorschriften) en de ernst van die overtredingen.
Beslissing
vernietigtde uitspraak van het Gerecht van 14 juli 2025 in zaaknummer SXM202401397;
-
verklaarthet bezwaar van appellante
gegrond;
-
vernietigthet landsbesluit van 24 oktober 2024, no. LB-24/939;
-
veroordeeltde Gouverneur tot betaling aan appellante van de proceskosten aan haar zijde voor het hoger beroep en de bezwaarprocedure tot een bedrag van in totaal Cg 2.800.- (zegge: achtentwintighonderd gulden).