ECLI:NL:ORBAACM:2026:30

Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
27 maart 2026
Publicatiedatum
2 april 2026
Zaaknummer
AUA2025H00112
Instantie
Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep gouverneur tegen hoogte proceskostenveroordeling in ambtenarenzaak

In deze ambtenarenzaak heeft de gouverneur hoger beroep ingesteld tegen de hoogte van de proceskostenveroordeling opgelegd door het Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba. De zaak betreft een geschil over de bevordering van betrokkene en de daaropvolgende proceskosten na een bezwaarprocedure.

De gouverneur had betrokkene bevorderd met ingang van 1 juni 2022, maar betrokkene maakte bezwaar tegen de ingangsdatum en verzocht om immateriële schadevergoeding. Tijdens de bezwaarprocedure trok de gouverneur het bestreden besluit in en kwam geheel tegemoet aan het bezwaar met een nieuw besluit. Het Gerecht verklaarde het bezwaar gegrond, vernietigde het bestreden besluit, wees de schadevergoedingsverzoeken af en veroordeelde de gouverneur tot betaling van proceskosten van Afl. 1.400,-.

Het hoger beroep richtte zich uitsluitend op de hoogte van deze proceskostenveroordeling. De Raad oordeelde dat betrokkene terecht een procespunt toegekend kreeg voor het indienen van het bezwaar, maar dat er geen aanleiding was om haar een punt toe te kennen voor het verschijnen op de zitting, omdat de verzoeken om schadevergoeding waren afgewezen. Daarom stelde de Raad de proceskostenvergoeding vast op Afl. 700,- en vernietigde het deel van de uitspraak dat de hogere proceskosten toekende.

De Raad veroordeelde de gouverneur tot betaling van Afl. 700,- aan proceskosten en zag geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten in hoger beroep.

Uitkomst: De proceskostenveroordeling wordt verlaagd naar Afl. 700,- en het hoger beroep van de gouverneur wordt gegrond verklaard.

Uitspraak

Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La)

Uitspraakdatum: 27 maart 2026
Zaaknummer: AUA2025H00112

RAAD VAN BEROEP

IN AMBTENARENZAKEN
ARUBA

Uitspraak

op het hoger beroep van:

De Gouverneur van Aruba,

appellant, hierna: de gouverneur,
gemachtigde: mr. Y.F.M. Kaarsbaan,
tegen de uitspraak van het Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba (Gerecht) van
28 april 2025, AUA202301488 (aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
de gouverneur
en

[Betrokkene],

wonend in Aruba,
geïntimeerde, hierna: [betrokkene],
gemachtigde: mr. Roderick P. Lee, advocaat.

Procesverloop

De gouverneur heeft hoger beroep ingesteld.
De Raad heeft het hoger beroep behandeld op de zitting van 6 februari 2026.
De gouverneur heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
[betrokkene] is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde.

Overwegingen

Waar gaat de zaak over?
1. In de aangevallen uitspraak heeft het Gerecht de gouverneur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de zijde van [betrokkene]. Het door de Gouverneur ingestelde hoger beroep ziet op de hoogte van de proceskostenveroordeling. De Raad komt tot de conclusie dat het hoger beroep slaagt. De Raad legt dat hieronder uit.
Wat zijn de relevante feiten in deze zaak?
2.1.
De gouverneur heeft [betrokkene] met het landsbesluit van 20 maart 2023 (bestreden besluit) bevorderd met ingang van 1 juni 2022. [betrokkene] heeft op 4 mei 2023 tijdig tegen de ingangsdatum van deze bevordering bezwaar gemaakt en daarbij verzocht om immateriële schadevergoeding.
2.2.
Tijdens de bezwaarprocedure, op 22 november 2023, heeft de gouverneur het Gerecht ervan in kennis gesteld dat het bestreden besluit is ingetrokken en vervangen door een nieuwe besluit van 13 juli 2023. Met dat besluit is geheel tegemoetgekomen aan het bezwaar van [betrokkene] tegen de ingangsdatum van haar bevordering.
2.3.
Op de zitting van 22 januari 2024 van het Gerecht, waar beide partijen aanwezig waren, zijn de verzoeken van [betrokkene] om schadevergoeding inhoudelijk behandeld.
Wat is het oordeel van het Gerecht?
3. Het Gerecht heeft in de aangevallen uitspraak het bezwaar van [betrokkene] tegen het bestreden besluit van 20 maart 2023 gegrond verklaard, dit besluit vernietigd en de verzoeken van [betrokkene] om schadevergoeding afgewezen. Ook heeft het Gerecht de gouverneur veroordeeld tot betaling van de proceskosten van [betrokkene] in verband met de aan haar verleende rechtskundige bijstand, begroot op Afl. 1.400,-.
Wat heeft de gouverneur aangevoerd tegen de uitspraak van het Gerecht?
4. Het hoger beroep van de gouverneur richt zich uitsluitend tegen de hoogte van de door het Gerecht uitgesproken proceskostenveroordeling. Het Gerecht had volgens de gouverneur de proceskosten moeten vaststellen op een bedrag van
Afl. 700,-. De gouverneur wijst er daarbij op dat het Gerecht de wegingsfactor 0,5 had moeten toepassen of [betrokkene] geen punt voor de zitting had moeten geven.
Hoe oordeelt de Raad?
5.1.
De Raad is allereerst van oordeel dat het bezwaar van [betrokkene] moet worden gehonoreerd met 1 procespunt. [Betrokkene] heeft immers eerst bezwaar moeten maken voordat de gouverneur na het verstrijken van de bezwaartermijn met zijn besluit van 13 juli 2023 volledig aan het bezwaar van [betrokkene] tegemoet is gekomen. Het Gerecht heeft in het kader van de proceskostenveroordeling [betrokkene] voor het indienen van het bezwaarschrift tegen het bestreden landsbesluit dan ook terecht een punt toegekend met wegingsfactor 1, wat neerkomt op Afl. 700,-.
5.2.
Vaststaat dat het Gerecht de zaak op een zitting heeft behandeld. Zoals het Gerecht terecht heeft overwogen had [betrokkene] nog belang bij een oordeel over het bestreden besluit gelet op haar verzoeken om immateriële schadevergoeding. Deze verzoeken en niet het bestreden besluit zelf waren op de zitting onderwerp van bespreking. De onrechtmatigheid van het bestreden besluit stond immers al vast als gevolg van het nieuwe besluit van 13 juli 2023.
5.3.
Er bestaat in beginsel slechts aanspraak op vergoeding van proceskosten, kort gezegd, voor zover deze kosten redelijkerwijs zijn gemaakt en in verband staan met de behandeling van een gegrond bezwaar in combinatie met een gehele of gedeeltelijke vernietiging van het bestreden besluit, of met een gegrond verzoek. Vaststaat dat het Gerecht na de mondelinge behandeling van de verzoeken om immateriële schadevergoeding deze verzoeken heeft afgewezen. Gelet hierop was er in het kader van de proceskostenveroordeling geen aanleiding [betrokkene] voor het verschijnen op de zitting bij het Gerecht een punt toe te kennen.
5.4.
Hieruit volgt dat het Gerecht de proceskostenvergoeding had moeten vaststellen op een bedrag van Afl. 700,-.
5.5.
Dit betekent dat de Raad niet meer toekomt aan een bespreking van het standpunt van de gouverneur dat bij vaststelling van de hoogte van de te vergoeden proceskosten een wegingsfactor van 0,5 had moeten worden toegepast.

Conclusie

6. De slotsom is dat het hoger beroep slaagt. De Raad zal de aangevallen uitspraak vernietigen voor zover deze ziet op de proceskostenveroordeling.
7. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten in hoger beroep.

Beslissing

De Raad van Beroep:
-vernietigt de aangevallen uitspraak, voor zover deze ziet op de proceskostenveroordeling;
-veroordeelt de gouverneur tot betaling van de proceskosten van [betrokkene] voor de aan haar verleende rechtsbijstand in de bezwaarprocedure bij het Gerecht tot een bedrag van Afl. 700,-.
Aldus gegeven door mr. B.J. van Ettekoven voorzitter, mr. J. Sybesma en
mr. P. Klik, leden, en in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.