ECLI:NL:ORBAACM:2026:33

Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
27 maart 2026
Publicatiedatum
7 april 2026
Zaaknummer
AUA2025H00141
Instantie
Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Landsverordening ambtenarenrechtspraak
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging opschuiving bevorderingsdatum wegens langdurige arbeidsongeschiktheid

In deze zaak staat centraal of de gouverneur bevoegd is om de ingangsdatum van de bevordering van appellante naar hoofdklerk uit te stellen vanwege langdurige arbeidsongeschiktheid. De gouverneur had de bevordering uitgesteld van 1 januari 2021 naar 1 augustus 2021, omdat appellante in de relevante anciënniteitsperiode 297,5 dagen arbeidsongeschikt was geweest. Volgens het 90-dagen beleid wordt de bevordering uitgesteld met het aantal dagen boven de 90 dagen afwezigheid.

Het Gerecht in Ambtenarenzaken had het bezwaar van appellante ongegrond verklaard en geoordeeld dat de gouverneur bevoegd is dit uitstel toe te passen. Appellante voerde in hoger beroep aan dat de gouverneur geen grondslag heeft voor het opschuiven van de bevorderingsdatum, omdat het zogenoemde 90-dagen beleid geen formele beleidsregel is en niet aan de vereisten voor beleid voldoet.

De gouverneur verweerde zich door te stellen dat het 90-dagen beleid een vaste gedragslijn is en geen formele beleidsregel, en dat deze gedragslijn correct is toegepast. De Raad van Beroep volgt dit standpunt en bevestigt dat een vaste gedragslijn niet per se schriftelijk of gepubliceerd hoeft te zijn om toegepast te kunnen worden. Het 90-dagen beleid wordt gezien als wetsinterpreterend beleid dat binnen de wettelijke kaders past.

De Raad concludeert dat de gouverneur de bevorderingsdatum terecht heeft vastgesteld op 1 augustus 2021 en bevestigt de uitspraak van het Gerecht. De Raad beveelt wel aan om de vaste gedragslijn schriftelijk vast te leggen en extern bekend te maken uit oogpunt van rechtszekerheid en kenbaarheid. Er worden geen proceskosten toegewezen.

Uitkomst: De Raad van Beroep bevestigt dat de gouverneur bevoegd is de bevorderingsdatum uit te stellen tot 1 augustus 2021 vanwege langdurige arbeidsongeschiktheid volgens het 90-dagen beleid.

Uitspraak

Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La)

Uitspraakdatum: 27 maart 2026
Zaaknummer: AUA2025H00141

RAAD VAN BEROEP

IN AMBTENARENZAKEN
ARUBA

Uitspraak

op het hoger beroep van:

[Appellante],

wonend in Aruba,
appellante, hierna: [appellante],
gemachtigde: mr. R.P. Lee, advocaat,
tegen de uitspraak van het Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba (Gerecht) van
3 juni 2025, AUA202304451 (aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
[Appellante]
en

De Gouverneur van Aruba,

geïntimeerde, hierna: de gouverneur,
gemachtigde: mr. C.L. Geerman.

Procesverloop

[Appellante] heeft hoger beroep ingesteld.
De gouverneur heeft een verweerschrift ingediend.
De Raad heeft het hoger beroep behandeld op de zitting van 6 februari 2026.
Voor [appellante] is haar gemachtigde verschenen. De gouverneur heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Waar gaat de zaak over?
1. Net als bij het Gerecht gaat deze zaak over de vraag of de gouverneur met het landsbesluit van 22 november 2023 de ingangsdatum van de bevordering van [appellante] naar de rang van hoofdklerk (schaal 5) in verband met langdurige arbeidsongeschiktheid heeft mogen uitstellen van 1 januari 2021 naar 1 augustus 2021. De Raad beantwoordt deze vraag, net als het Gerecht, bevestigend. De Raad legt dat hieronder verder uit.
Wat is het oordeel van het Gerecht?
2. Het Gerecht heeft het bezwaar van [appellante] onder verwijzing naar relevante rechtspraak ongegrond verklaard. Het Gerecht heeft daarbij geoordeeld dat de gouverneur bij langdurige afwezigheid door arbeidsongeschiktheid bevoegd is de ingangsdatum van de bevordering uit te stellen. Voor het vaststellen van de duur van het uitstel hanteert de gouverneur een vaste gedragslijn, het zogenoemde
90-dagen beleid. Vaste gedragslijnen hoeven volgens het Gerecht niet in een schriftelijke beleidsregel te worden neergelegd. Op grond van de gedragslijn stelt de gouverneur bij een positieve beoordeling en een anciënniteitsperiode van vier jaar de bevordering uit met het aantal dagen afwezigheid door arbeidsongeschiktheid dat boven de 90 dagen uitkomt. De gedragslijn vormt volgens het Gerecht een redelijke invulling van de anciënniteitseis. De gouverneur heeft de gedragslijn op de situatie van [appellante] correct op de volgende wijze toegepast. In de voor [appellante] geldende anciënniteitsperiode van vier jaar, te weten van 1 januari 2017 tot 1 januari 2021, is zij op 297,5 dagen afwezig geweest door arbeidsongeschiktheid. De gouverneur heeft de ingangsdatum van de bevordering mogen uitstellen met 297,5 – 90 = 207,5 dagen. Dit komt neer op een bevordering per 1 augustus 2021. Het Gerecht heeft geen aanleiding gezien om in de situatie van [appellante] af te wijken van het 90-dagen beleid.
Wat heeft [Appellante] aangevoerd tegen de uitspraak van het Gerecht?
3. [ Appellante] heeft in hoger beroep aangevoerd dat de gouverneur niet bevoegd is een bevorderingsdatum op te schuiven naar een later tijdstip omdat daarvoor een grondslag ontbreekt. Anders dan de Raad heeft geoordeeld in zijn uitspraken van 3 november 2025, ECLI:NL:ORBAACM:2025:24 tot en met ECLI:NL:ORBAACM:2025:26, heeft de gouverneur volgens [appellante] aan het opschuiven van de bevorderingsdatum geen vaste gedragslijn maar beleid ten grondslag gelegd. Omdat niet is voldaan aan de vereisten die aan beleid worden gesteld, is dit beleid nooit in werking getreden en kan het dus geen grondslag vormen voor het opschuiven van een bevorderingsdatum.
Hoe luidt het verweer van de gouverneur?
4. De gouverneur heeft verwezen naar de voor deze zaak relevante rechtspraak van de Raad. Hij betwist de stelling van [appellante] dat hij (niet schriftelijk en niet gepubliceerd) beleid voert bij het opschuiven van de bevorderingsdatum.
Hoe oordeelt de Raad?
5.1.
De Raad volgt niet het standpunt van [appellante] dat de gouverneur de bevoegdheid mist om het zogenoemde 90-dagen beleid te voeren. De Raad overweegt daartoe het volgende.
5.1.1.
In de onder 3 genoemde uitspraken van de Raad van 3 november 2025 heeft de Raad onder 6.3 als volgt geoordeeld:
“ (…) Met betrekking tot het opschuiven van de ingangsdatum van bevordering in verband met langdurige arbeidsongeschiktheid wordt door de gouverneur sinds enkele jaren een vaste gedragslijn gehanteerd. Deze gedragslijn staat bekend als het ’90-dagen beleid’. De Raad stelt vast dat het door de gouverneur gehanteerde 90-dagen beleid niet schriftelijk is vastgesteld en officieel is bekendgemaakt. De gemachtigden van de gouverneur hebben op de zitting uiteengezet dat dit wel de bedoeling is, maar dat het traject daarvoor nog niet is afgerond. Anders dan [appellante] betoogt betekent dit echter niet dat deze vaste gedragslijn niet kan worden toegepast. Een vaste gedragslijn kan worden vastgelegd in schriftelijke beleidsregels, die door publicatie worden bekendgemaakt, maar dat hoeft niet. Indien een vaste gedragslijn niet is bekendgemaakt en gepubliceerd heeft dat tot gevolg dat het bestuursorgaan bij het nemen van een besluit niet kan volstaan met de enkele verwijzing naar die gedragslijn, maar in de motivering van het besluit moet uiteen zetten wat de vaste gedragslijn inhoudt en hoe die in het concrete geval is toegepast. (…)”
5.1.2.
Onder 7.3 van dezelfde uitspraken heeft de Raad uiteengezet dat het 90-dagen beleid als wetsinterpreterend beleid is aan te merken. Dit beleid ziet op de uitleg van het begrip “actieve dienst” in de anciënniteitsvereiste bij een mogelijke bevordering.
5.1.3.
Het enkele feit dat de gouverneur en ook de Raad in zijn uitspraken van 3 november 2025 spreken van “90-dagen
beleid”, betekent niet dat daarmee gegeven is dat sprake is van een beleidsregel in juridische zin. Niet de gebruikte terminologie is doorslaggevend, maar de inhoudelijke kwalificatie van de gevolgde gedragslijn. Een vaste gedragslijn ontstaat door consistente besluitvorming in vergelijkbare gevallen, in het spraakgebruik ook wel aangeduid als ”beleid”.
5.1.4.
Ook het gegeven dat het voornemen bestaat het 90-dagen beleid aan de ministerraad voor te leggen, brengt niet mee dat sprake is van een beleidsregel in vorenbedoelde zin.
5.1.5.
De Raad heeft eerder geoordeeld dat het 90-dagen beleid past binnen de kaders van de wet en recht. De gouverneur heeft dat beleid ook op de situatie van [appellante] mogen toepassen. Omdat de feitelijke toepassing van die gedragslijn op de situatie van [appellante] tussen partijen niet in geschil is, komt ook de Raad tot de conclusie dat de gouverneur de bevorderingsdatum van [appellante] terecht heeft vastgesteld op 1 augustus 2021.

Conclusie

6. De slotsom is dat het hoger beroep niet slaagt. De Raad zal de aangevallen uitspraak bevestigen.
7. De Raad geeft de gouverneur uit het oogpunt van rechtszekerheid en kenbaarheid in overweging te bevorderen dat de gehanteerde vaste gedragslijn schriftelijk wordt vastgelegd en extern bekendgemaakt.
8. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling van proceskosten in hoger beroep.

Beslissing

De Raad van Beroep
bevestigtde aangevallen uitspraak.
Aldus gegeven door mr. B.J. van Ettekoven voorzitter, mr. J. Sybesma en
mr. P. Klik, leden, en in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.