Betrokkene werkt sinds 2014 bij het Departamento di Progreso Laboral en heeft sinds 2018 feitelijk als adviseur toelating arbeidsmarkt gefunctioneerd. Zij verzocht om interne overplaatsing naar deze functie, maar de gouverneur wees dit af wegens het ontbreken van een formatieplaats en twijfels over het werk- en denkniveau.
Het Gerecht vernietigde het besluit omdat de gouverneur onvoldoende had gemotiveerd dat betrokkene niet over het vereiste hbo werk- en denkniveau beschikte en omdat het feitelijk meer adviseurs waren dan formele formatieplaatsen. De gouverneur stelde in hoger beroep dat betrokkene niet voldeed aan het niveau en dat er formeel slechts vier formatieplaatsen waren, terwijl zes adviseurs werkzaam waren, waarvan twee bovenformatief.
De Raad van Beroep oordeelt dat betrokkene wel voldoet aan het vereiste werk- en denkniveau, mede gelet op haar vijf jaar functioneren in de functie. De productie- en ziekteverzuimcijfers zijn geen geschikte maatstaf voor het niveau. De Raad stelt vast dat er formeel slechts vier formatieplaatsen zijn en dat deze bezet waren, zodat er geen plaats was voor betrokkene. De gouverneur is niet verplicht het aantal formatieplaatsen uit te breiden.
De Raad vernietigt de uitspraak van het Gerecht en verklaart het bezwaar van betrokkene ongegrond. Het hoger beroep van de gouverneur slaagt, waarmee het bestreden besluit in stand blijft. Er worden geen proceskosten toegewezen.