ECLI:NL:ORBANAA:2007:BJ6425

Raad van Beroep in Ambtenarenzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)

Datum uitspraak
3 december 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
RvBAz 2007/72
Instantie
Raad van Beroep in Ambtenarenzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J.Th. Drop
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 98 Landsverordening ambtenarenrechtspraakArt. 107 Landsverordening ambtenarenrechtspraakArt. 108 Landsverordening ambtenarenrechtspraak
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontvankelijkheid beroep bij overschrijding termijn bezwaar ambtenarenrecht

Appellant maakte bezwaar tegen een beschikking van de directeur van Aruba Post NV, welke op 19 januari 2007 was genomen. Het bezwaar werd op 18 juni 2007 ongegrond verklaard door het Gerecht in ambtenarenzaken. Appellant stelde beroep in op 6 november 2007, ruim na de wettelijke termijn van 30 dagen.

De Raad van Beroep oordeelde dat de beroepstermijn begon te lopen op de dag na de uitspraak van het Gerecht, omdat appellant vertegenwoordigd was tijdens die zitting. De termijn was daarmee ruimschoots verstreken op het moment van indiening van het beroepschrift.

Appellant voerde aan dat hij pas op 23 oktober 2007 van de uitspraak op de hoogte was geraakt en dat zijn gemachtigde de inhoud niet tijdig had doorgegeven. De Raad stelde dat het risico van niet tijdige kennisname van een juist bekendgemaakte uitspraak voor rekening van appellant komt en dat dit geen grond vormt om de termijnoverschrijding te verontschuldigen.

Daarom werd appellant niet ontvankelijk verklaard in zijn beroep. De beschikking werd gegeven door voorzitter J.Th. Drop op 3 december 2007, met de mededeling dat tegen deze beschikking verzet mogelijk is binnen 30 dagen.

Uitkomst: Appellant wordt niet ontvankelijk verklaard in beroep wegens overschrijding van de beroepstermijn.

Uitspraak

3 december 2007
Zaaknr. RvBAz 2007/72
RAAD VAN BEROEP IN AMBTENARENZAKEN
Beschikking
In de zaak van:
[ambtenaar]
wonende in Aruba,
oorspronkelijk klager,
thans appellant,
gemachtigde E. Duijneveld,
tegen:
DE DIRECTEUR VAN ARUBA POST NV
zetelende te Aruba,
oorspronkelijk verweerder,
thans geïntimeerde.
1. Ontstaan en loop van het geding
1.1 Bij bezwaarschrift ter griffie van het Gerecht in ambtenarenzaken (het Gerecht) ontvangen op 1 maart 2007 heeft appellant bezwaar gemaakt tegen de beschikking van geïntimeerde van 19 januari 2007. Het Gerecht heeft het bezwaar bij uitspraak van 18 juni 2007 ongegrond verklaard.
1.2 Hiertegen is door appellant beroep ingesteld bij beroepschrift gedateerd 6 november 2007, dat op dezelfde datum ter griffie van het Gerecht is ontvangen.
2. Ontvankelijkheid van het beroepschrift.
2.1 De termijn voor het indienen van een beroepschrift tegen een uitspraak van het Gerecht in ambtenarenzaken bedraagt ingevolge artikel 98 van Pro de Landsverordening ambtenarenrechtspraak 30 dagen. Indien de appellant in persoon of bij vertegenwoordiger dan wel gemachtigde bij de uitspraak tegenwoordig is geweest, vangt deze termijn aan op de dag na de uitspraak. In andere gevallen vangt de termijn aan op de dag na verzending of terhandstelling van de uitspraak. Bij ontvangst van het beroepschrift na afloop van de beroepstermijn blijft gelet op vaste jurisprudentie van de Raad niet-ontvankelijkverklaring achterwege indien aannemelijk is dat het beroepschrift voor het einde van de termijn is verzonden of indien er sprake is van feiten of omstandigheden die grond opleveren voor het oordeel dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is te achten.
2.2 Uit het audiëntieblad van de zitting van het Gerecht van 18 juni 2007 blijkt dat appellant bij het doen van de uitspraak werd vertegenwoordigd door mr. Marsman die occupeerde voor de gemachtigde van appellant. De termijn van 30 dagen voor het indienen van een beroepschrift ving daarom aan op de dag na die zitting en was daarom ruimschoots verstreken op de datum van indiening van het beroepschrift, 6 november 2007.
2.3 Namens appellant is aangevoerd dat hij pas op 23 oktober 2007 van de uitspraak op de hoogte is geraakt en toen meteen contact heeft opgenomen met zijn gemachtigde. Zijn gemachtigde heeft destijds de inhoud van de uitspraak medegedeeld aan de vakbond, die tegen de geldende afspraken in appellant niet daarover heeft geïnformeerd. De te late indiening is daarom niet aan appellant te wijten.
2.4 Partijen in een procedure als de onderhavige dienen er naar het oordeel van de Raad zorg voor te dragen dat zij tijdig op de hoogte raken van de inhoud van de uitspraak. Het feit dat een partij niet tijdig op de hoogte is van een op juiste wijze bekendgemaakte uitspraak, dient in het algemeen voor risico van die partij te komen. Hetgeen namens appellant is aangevoerd leidt niet tot het oordeel dat in zijn geval anders moet worden geoordeeld.
2.5 Gelet hierop moet appellant niet ontvankelijk worden verklaard in zijn beroep. De voorzitter zal met toepassing van art. 107 van Pro de Landsverordening ambtenarenrechtspraak uitspraak doen bij beschikking.
3. Beslissing
De Voorzitter van de Raad van Beroep:
- verklaart appellant niet ontvankelijk in zijn beroep.
Aldus gegeven door mr. J.Th. Drop, voorzitter, en uitgesproken in het openbaar op 3 december 2007, in tegenwoordigheid van de griffier.
Rechtsmiddel: Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van verzet open dat binnen 30 dagen na het doen van de uitspraak dan wel toezending of terhandstelling schriftelijk bij de Raad dient te worden ingediend. Zie artikel 108 van Pro de Landsverordening Ambtenarenrechtspraak.